Hofstede Zuiderhout

Het geslacht van Heurn lijkt af te stammen van de van Horne’s, Johan van Horne die sneuvelde bij de slag van Mohacs kreeg met Agneta een zoon genaamd Otto. Hun nakomelingen zijn in het bezit gekomen van het goed Zuiderhout.

Voorlopige afstammingsstaat voor Johan van Heurn.

1633 was Jacques van Horne al eigenaar van de hofstede Zuiderhout. Immers op 5 augustus van dat jaar gaven de regenten van het St. Elizabeth’s Gasthuis toestemming aan Van Horne om via een vrije noodweg met paard en wagen vanuit de Gasthuislaan zijn huis te bereiken. Uitkomende aan de vaart, voor de herberg ‘Jerusalem’. Tevens werd hem toegestaan om vrij door de (Gasthuis)zandvaart te mogen varen. [In 1644 heeft landmeter Pieter Wils de hofstede ‘Suijderhout’ in de banne van Heemstede opgemeten, toen groot 867 Rijnlandse roeden. Belend door de Gasthuislaan aan de westzijde, het land van de Bernardieten ten noorden, de (Gasthuis)zandvaart (toekomende aan het St. Elizabeth’s Gasthuis in Haarlem), ten oosten en het land van Maria Jacobs in het zuiden]. Naast het hoofdhuis was hier een groot woonhuis voor de tuinman en koetsier, evenals een paardenstal. Verder o.a. een bloementuin, een kruidentuin, vruchtbomen, een doolhof en een fontein. 1657 Via de weduwe van voornoemde Jacques van Horne, Sophia van den Brande, en Guillaume van Horne + Johannes van Horne als voogden van de minderjarige kinderen wordt Zuiderhout voor ƒ 7.900,- verkocht aan doctor Johannes van Horne, van beroep hoogleraar anatomie aan de Academie van Leiden. 1661

Familiewapen “van den Brande” met daarin de kwartieren “Brande” en “Horne”. Een kopie op perkament uit 1741 van het wapenbord uit 1684 van Jan Albert van den Brande, dat hing in de St. Joriskerk te Antwerpen, getekend door Jan Pieter van Baurscheidt de Jonge.
De afbeelding is een bijlage geweest bij een notariële verklaring van notaris Joannes Franciso van Essen d.d. 27 april 1741. In de verklaring zijn diverse beschrijvingen opgenomen van wapenborden van de leden van een familie Van den Brande uit Antwerpen (afstammelingen van Mathijs Anthonisz van den Brande uit Breda).
De afbeelding is gemaakt op verzoek van Mr. Johan Pieter van den Brande, ridder-baronet, heer van Gapinge en Kleverskerke, schepen en raad te Middelburg. Rond 1741-1743 liet hij onderzoek doen naar de familie Van den Brande.
Mathijs Anthonisz van den Brande was gehuwd met een buitenechtelijke dochter van Mr. Roelant de Roover. kopie naar een rouwbord

Portret van professor Joannis van Horne

Joannis van Horne

Al na vier jaar transporteert Johannes van Horne de hofstede terug aan juffrouw Sophia van den Brande, weduwe van Jacques van Horne, nu voor ƒ 6.000.-. 1672 (Zoon) Giacomo van Horne verkoopt aan Samuel van Horne, predikant te Schiedam, en dr. Hermanus van Friessen, medisch dokter in Amsterdam [beiden erfgenamen van Guillaume van Horne] zijn aandeel in Zuiderhout voor ƒ 700,-. 1676 Hermanus van Friesen – na zijn overlijden begraven in de Oude Kerk te Heemstede –  transporteert aan Belia Vincke, sinds 1671 echtgenote van Amsterdamse professor in de botanie Johannes Commelin de hofstede voor ƒ 5.750,-.  [Jan Commelin (1629-1692) liet op zijn nieuw verworven buitenplaats een fraaie tuin aanleggen en specialiseerde zich in het kweken van sinaasappels, limoenen en citroenen. Hier schreef hij ook in 1676 zijn boek ‘Nederlandsche Hesperides’].