Engelbertis de Hurnen (1166)

In een acte van 1166 in het gebied van de Neder-Rijn D. wordt Engelbertus de Hurnen genoemd. Gezien het feit dat deze de naam van de stamhouder Engelbertus draagt wordt algemeen aangenomen dat dit eveneens een kleinzoon van de eerdergenoemde getuige uit 1102 is.

(-na 22 feb 1166). ” … Engelbertus de Hornin … ” was getuige van het handvest gedateerd op [1138/44] waarin de ratificatie van de eigendomsoverdracht tussen ” Godescalcus … frater comitis Gerhardi de Lo ” en de kerk van Rees [1004] wordt vastgelegd . Reinald Aartsbisschop van Keulen bevestigde de oprichting van een klooster in ” castrum suum Mere ” door ” matrona Hildegundis cometissa de Are…filii sui Herimanni quem tunc unicum habebat “, voor de ziel van ” filii sui Theoderici quondam comitis Arensis “, bij charter van 22 feb 1166, bijgewoond door ” …Engilbertus de Hurnen… “

1162
Hendrik bisschop van Luik, oorkondt dat Walter, deken (van St. Gereon) te Keulen, en diens
broer Hubert, hebben overgebracht aan de kerk van Averbode alle allodia van de abdij van St.
Jansberg bij (Maas) Eyke, waarover Lodewijk graaf van Loon voogd is.
Getuigen o.a. Wilhelmus en Ingelbertus, edele mannen.
Wolters; Averbode nr. 11 p. 94-96.