Willem I van Horne (1218*-1264)

Willem I van Horne was een edelman uit het Huis Horne die leefde van ca 1200 – 1264 . Hij was heer van Horn van ca. (1218 – 1264), Altena en ook onder meer van Helmond.

Zij ouders waren Willem van Horne van Merum en Margareta van Altena

Deze Willem was 2x gehuwd. De naam van zijn eerste echtgenote is niet bekend.

Voor de 2e maal trad hij in het huwelijk met Heilwigis/Heilwiga van Wickrath

Commentaar van Jan Smeets aangaande Willem I van Horne:
Deze Willem was 2x gehuwd. De naam van zijn eerste echtgenote is niet bekend.
Willem van Horn en Altena geeft met toestemming van zijn vrouw Heilwigis aan (het convent van) Keyserbosch 6 solidi keuls ..voor de memoria van zijn vader, 3 solidi voor die van zijn moeder, 3 solidi voor die van zijn eerste vrouw, 10 solidi luiks voor die van zijn oom Dirk van Altena, die de kerk van Roggel zal betalen.
Klaversma; Altena en Horn p 50-51*
Zijn 2e echtgenote heette Heilwigis of Helwiga. Verondersteld werd dat zij vanwege waarschijnlijke familiebanden, een van Altena zou zijn. Dat is niet juist. Willem I van Horne was gehuwd met Heilwigis/Heilwiga van Wickrath.
Dit bleek uit de Bossche Protocollen m.b.t. Veghel. Bij het zoeken naar gegevens omtrent Godert/Godefridus, die Smijt Smeets van Straten (van Horne) stuitte ik op een akte hem betreffende. Ik maakte van een deel van die akte een copie. Helaas kan ik de volledige akte niet meer terugvinden, maar uit dat “deel” (3) blijkt dat Helwiga een Wickrat was.

Jan Smeets Bossche Protocollen

Donderdag 15-11-1386 (3) een stuk land genaamd dat Sn.l Venneken, in Veghel, beiderzijds tussen Gheerlacus Cnode. Gheerlacus Cnode ofwel “van den Bosch” was een kleinzoon van Willem (Wellen) Cnode (Buscodicus) heer van ’s-Hertogenbosch en Margaretha van Horne, dochter van Willem I, heer van Horne en Altena en Helwiga van Wickrath. Gheerlacus Cnode) had ook grondbezit in Veghel.
(4) een stuk land aldaar, direct naast Fredericus Hoernken. (5) een stuk land aldaar, een stuk land in Veghel beiderzijds tussen Gheerlacus Cnode, direct naast Fredericus Hoernken.
(Fredericus Hoernken = Godefridus=Godert=Goijart.)

Opmerking en vondst n.a.v. Jan Smeets in de Bossche protocollen

Hun kinderen waren:

*Er bestaat onduidelijkheid over Willem Ia en Willem I van Horne, uitgaande van zijn geboortejaar (Willem 1a) 1170 zou hij 94 jaar zijn geworden bij het opmaken van zijn testament. Gezien de gemiddelde leeftijd van 35-40 jaar in die tijd is zijn leeftijd ver bovengemiddeld te noemen. Daarom wordt er wel geopperd dat er een voorganger moet zijn geweest met dezelfde naam. Zie hypothese Hans Vogels in dit artikel.

Chronologisch gezien is het mogelijk dat deze persoon dezelfde is als de hierboven genoemde Willem Ia van Horne. Als dat juist is, kan het helpen bij het verklaren van de gezamenlijke verschijning van leden van de families Horn en Altena als getuigen van het document uit 1189 dat hierboven wordt geciteerd, ervan uitgaande dat de vrouw van deze persoon lid was van de familie Altena, zoals hieronder wordt gesuggereerd.  m [- van Altena , dochter van -. 
De documentatie die suggereert dat de eerste vrouw van Dirk [III] van Altena de vaderlijke kant tante was van de twee broers Willem en Engelbert van Horne wordt hieronder besproken. Een tegengestelde redenering wordt echter aangegeven door een oorkonde van 7 mei 1230, waaronder ” Theodoricus dictus dominus de Altena…et consanguineus meus Wilhelmus de Horne” erkende ” castrum meum de Altena ” als een leengoed van Floris IV graaf van Holland te hebben ontvangen [1000] . Het woord ” consanguineus ” suggereert een bloedverwantschap, niet een aanverwantschap. Als dit de juiste interpretatie is van het tweede document, dan suggereert dat Dirk [III] van Altena de oom van moederszijde was van de gebroeders Horne, hun moeder was de zus van Dirk. Dit lijkt te worden ondersteund door het charter van 1235 waaronder ” Wilhelmus dominus de Hoirne ” bevestigde ” avunculus meus…dominus Theodericus de Altena ” in het bezit van ” castri de Altena “, ervan uitgaande dat ” avunculus” moet worden geïnterpreteerd in de strikte betekenis van oom van moederszijde (wat verre van zeker is) [1001] . Wolters citeert een oorkonde uit 1244 die hij (in vertaling) citeert als voorwaarde dat Willem van Horne de schenking van eigendom door ” zoon oncle” bevestigde maternel Thierry Seigneur d´Altena ” naar de abdij van Herckenrode [1002] . Het is echter niet bekend of ” oncle maternel ” de juiste vertaling is van de bewoording van het oorspronkelijke charter dat nog niet is gezien. De hypothese lijkt ook bevestigd door de opvolging van haar kleinzoon Willem [II] Heer van Horne als Heer van Altena na de dood van Dirk [III] van Altena in [1241/47].

Na de dood van Dirk III van Altena kregen zijn neven Willem en Engelbert van Horn een deel van zijn enorme bezit.

1200 april 4 (Willem sr. (0))
Willem, heer van Horn, schenkt het patronaatsrecht van de kerken
van Leende en Heeze aan Keysersbosch.
Getuigen: o.a. Jan, heer van Kuik, Henricus de Baxen, ridders,
Arnoldus de Steyne en Daniel de Gore

Cart. Keizerbosch, regesten van Roermond

Ter verduidelijking Willem I was volgens de gegevens Heer van Horn van 1218-1264.
In de akte staat: heer van Horn in 1200, dat was 18 jaar voordat Willem I dat ambt bekleedde. Ook de getuige Jan van Kuik, was een andere dan Jan I van Kuik geboren in 1230 e.v. Jutta van Nassau. .
Passen we de Noord Limburgse vernoemingsregels vóór 1850 toe, dan is Willem II van Horne vernoemd naar zijn overleden grootvader, nooit naar een levende. Dat was dan de in de akte van 4 april 1200 genoemde en die was gehuwd met Margareta van Altena.

1235
Willem, heer van Horn, zal zich houden aan het verdrag dat zijn oom Diederik van Altena
sloot met graaf Diederik van Kleef, inhoudende dat het kasteel Altena een open huis zal zijn
tegen Kleefs’vijanden, uitgezonderd de graaf van Holland.
Van den Bergh; Oorkondenboek I nr. 358

Korteweg; Rechtsbronnen nr. 8

1236 mei 25 Zutphen
Otto, graaf van Gelre en Zutphen, enz. inzake afstand van rechten door Everhard van
Hekeren.
Getuigen o.a.: magister Daniel Lovaniensis, Gerardus de Wassenberge, Wilhelmus de Horne,
nobiles.

Sloet nr. 589

Otto, graaf van Gelre en Zutphen, verklaart, dat Everardus miles de Hekere zijn regt op goederen te Kapelle op den tiend Wals en op de weide Hoiese heeft afgestaan aan de kerk te Bethlehem. Getuigen zijn: magister Daniel Louaniensis, Gerardus de Wassenberge, Wilhelmus de Horne, Henricus de Monte, Arnoldus de Reden, nobiles; Stephanus de Lancdorpe, Gerlacus Luceus, Johannes de Sallandia, militer, 1236 mei 25 (Sutphanie, anno domini MCCXXXVI in octavo Pentecostes).
N.B. Zie Sloet, Oorkondenboek 589, Oorkondenboek Utrecht 900 en Cartularium (inv.nr. 976) 17.

Datering:

1236 mei 25 (Sutphanie, anno domini MCCXXXVI in octavo Pentecostes)

1237 april 13 (apud castrum Gelren)
Akte van graaf Otto van Gelre inzake Emmerich. Getuigen o.a.: Gerhardus de
Randenrade, Goeswinus de Millen, Wilhelmus de Hoerne, nobiles, Goeswinus de
Stralen, ministeriaal.

Sloet nr. 596

1238
Wilhelmus de Hurne heeft een schikking getroffen met Herbordus, burger van Roermond, die
met toestemming van zijn vrouw al zijn goederen aan het klooster Camp geschonken had en
die later aan zijn tweede vrouw schenkingen had gedaan. Getuigen: Arnoldus, abt van
Morimunde, Cuno, prior en geestelijke van het huis in Roermond, Godefridus, Gueterus,
Heinricus en Lambertus, schepenen in Roermond.

Sloet nr. 604

1242 juni
Het kapittel van Oudmunster te Utrecht geeft de tienden van Altena in erfpacht aan Willem
van Horn na overlijden van Dirk van Altena.
Van den Bergh; Oorkondenboek I nr. 386

Korteweg; Rechtsbronnen nr. 12

1242 juni (inchoro salvatoris)
H., proost, W., deken, en geheel kapittel van St. Salvator in Utrecht oorkonden dat Th. de
Altena van hen hield het patronaatsrecht van Sprabant, hetgeen het kapittel nu verleent aan
zijn opvolger Wilhelmus de Horn, edelheer, onder voorwaarde dat Willem jaarlijks uitkeert
26 marken à 27 solidi en 6 denariën op St. Jan de Doper geboorte en na dode Willem te
verheffen met 10 £ (= pond)Utrechts. Volgen de getuigen.

Dülmen, archief Croy, charters Horn

1253 juni 23
Statuten voor de kerk (en kapittel) van Kortessem, opgesteld door mr. Renier van Tongeren
en Godfried (van Maastricht), apostolisch visitatores. Willem van Horn bijgenaamd van
Altena (neef en erfgenaam van Diederik van Altena) is patronus ecclesiae.

Coenen nr. 1577

De genealoog en Horne kenner Hans Vogels stelt in hypothese 5 en 6:


Vanaf 1200 beschikken we over meer gegevens rond Willem I van Horne. Met zijn broer Engelbert wordt hij genoemd als een van de neven in de Akten van Dirk de III van Altena. De eerste maal betreft het een overdracht van de tiendenrechten voor de dorpen Hoge en Lage Mierde aan de Abdij van Averbode. Het is opvallend dat in een ongedateerde oorkonde over deze verkoop en gedeeltelijke schenking verwezen wordt naar een hoeve waarvoor een cijns betaald diende te worden van 3 Keulse stuivers aan de kerk van Sint Odradis in Alem. Alem was indertijd een hofgoed van de Abdij van Sint Truiden en gelegen op een schiereiland van de huidige Bommelerwaard als deelgemeente van Maren-Kessel dat in latere generaties toebehoorde aan de van Hornes Kessel-Batenburg.

Schenkingen door Dirk III van Altena

Uit de schenkingen aan kerkelijke instellingen door Dirk III van Altena blijkt dat de van Altena’s bezit hadden ver buiten Almkerk. Uit het artikel van Klaversma is ontleend:

Bron: https://www.altena-historie.nl/herkomst-geslacht-altena.html
nr.jaaronderwerpbegunstigde
11208voogdijrechten ten aanzien van de abdij St. Bavo te Gentabdij St. Bavo te Gent
21212de tienden in de Hoge en Lage Mierden, novale tienden, stuk onontgonnen grondde abdij Averbode
31212de heffing op een hoeve te MierdeAverbode
41214verpande de tienden ten zuiden van Antwerpen op de Nattenhaesdonk, Hingene enBornemAfflighem
51220goederen en visserijenhet Duitse huis te Schelluinen
612233 bunder land bij de Mierde (Tilburg)Postel
71223domein Hugten bij Maarheze dat Reinard van Heeze van Dirk in leen had gehoudenMunsterabij te Roermond
81224¼ van de tienden BrusthemAverbode
91224het patronaatsrecht van de kerk van NunhemAverbode
101224iets te Mierde (Tilburg)Postel
11~1224parochie-inkomsten en patronaatsrechten der kerken van Kortessem, Wintershoven, Kuttekoven, Strijp, Son en Nuenenhet kapittel van Kortessem
121227de tienden van Roosteren en 1/3 van het patronaatsrecht van de kerk van RoosterenAverbode
13122953 bunder allodiale grond en de tienden op 21 bunder te Boorsheimadbij Hocht
141230belastingvrijstelling op grond in het domein Hunenabdij Berne
151230patronaatsrechten van Kozen en Bursthem met alle rechte dat hij in die kerken bezatAverbode
161232iets te ReuselPostel
171232Willem van Kuttekoven schonk de tienden van die plaats die hij in leen had van Dirk van AltenaLoonse abdij Herkenrode
181234Hugo van Steenlant verpandt de tienden in de parochie Steenlant die hij hield van Theodericus heer van Houttenaabdij van St Bavo te Gent
191236tiende van Knesselare (ten oosten van Brugge)de kerk van Doornik
201236rechten op de tienden van Marilles en Petrem (Piétrain) bij GeldenakenBeatrix, abdis van de abdij La Ramée
211238afstand tienden van Kozenabdij Averbode
221240bouw eigen klooster St. Elisabethsdal te Nunhem 
2312401/3 van de tiende en het patronaatsrecht van de kerk van Bree bij Maaseijk, zijn deel van het patronaatsrecht van Waltfuthe en Brunsrode (Waldfeucht en Braunsrath), het gebied van St. Elisabethsdalhet klooster St Elisabethsdal te Nunhem
241241vrijgoed te Roosteren, een inkomen van 1 mark uit Rebrogen en 1/2 hoeve in het bos Exatenklooster St Elisabethsdal te Nunhem
De locatie van de goederen van Dirk III van Altena die zich met name in het zuiden van de Nederlanden bevonden.

Het is verder opmerkelijk dat de familie van Horne opvallend veel bezit had van de Abdij van Sint Truiden. Mogelijk kende zij dit bezit aan zich zelf toe terwijl zij er alleen maar voogd waren. Voor veraf gelegen goederen kon de abdij moeilijk controleren welke rechten door de voogden werden uitgeoefend. Tot de bezittingen van de abdij behoorden in de 13e eeuw de rechten van de kerken van Son, Strijp en Nuenen, deze waren in 1225 door Dirk III van Altena overgedragen aan het kapittel van Kortessem in het huidige Belgisch Limburg en destijds het graafschap Loon.

Nota bene nabij Woensel te Hetsrode, bezat Engelbert van Horne enkele hoeven die cijnsplichtig waren aan de Sint Trudo.

kaart-gemeente-woensel-1866
Kaart uit 1866 van Woensel waar ook Strijp, Gestel en Stratum toe behoorde.

Verder waren er cijnsgoederen in Eindhoven, Cranendonck, Oerle, Vessem, Strijp, Schijndel, Oirschot, Hulsel, Maarheze en Soerendonk. In een aantal van die plaatsen hadden de heren van Horne rechten evenals in Brustem en Kortessem in het huidige Belgisch Limburg.

In 1222 verkocht hij de heerlijkheid Helmond aan hertog Hendrik I van Brabant, waarna deze heerlijkheid onder invloed van de hertog van Brabant kwam.

Afbeeldingsresultaat voor kasteel helmond
Huidige staat van Kasteel Helmond niet ver verwijderd van “Het Oude Huys” dat aan Willem toebehoorde.

In 1227 gaven beide neven toestemming aan Dirk III van Altena voor de overdracht van het tiendenrecht en een derde deel van de patronaatsrechten van de kerk van Roosteren aan de Abdij van Averbode. Bij de overdracht van Nunhem aan de abdij van Averbode kwam de toestemming niet alleen van Willem en Engelbert, maar ook van Ymaina, de tweede vrouw van Dirk III van Altena. Dirk van Altena en beide broeders waren weldoeners van deze norbertijner abdij. De abdij van Averbode was gesticht door de graven van Loon. Ook speelde zij een belangrijke rol bij de overplaatsing van het norbertinessenvrouwenklooster naar Keizerbos in het dorp Neer. Zij stelde er de grond voor ter beschikking.

Hoe de relatie tussen Dirk II van Altena en zijn neven zat komt niet duidelijk naar voren uit de oorkonden. Vermoedelijk was de moeder van Willem en Engelbert ene Margareta van Altena, zoals Coenen en Vogels opperen. Aangezien beide hun oudste zoon Willem noemen wordt algemeen verondersteld dat dat hun vader ook Willem heette. Butkens heeft dit op dezelfde manier geïnterpreteerd.

Verder zou er nog een dochter Clementia van Horne zijn, die gehuwd was met Gerard van Malberg. Deze Gerard schonk bezittingen in Buggenum aan de Abdij van Averbode in 1230 en 1235, die uiteindelij tegoed kwamen aan het klooster Keizerbos. In de akte van 1235 is nog sprake van de kerk van Keizerbos.

Belening met het Land van Altena

Willem van Horne erfde het Land van Altena in 1242 met de tienderechten van het Kapittel van Sint-Salvator te Utrecht op Altena. De oorkonde waarin een en ander is beschreven ontbreekt vooralsnog.

Belening met het goed Weert

Documenten die de overdracht van Dirk III naar Willem I van Horne voor het goed Weert bevestigen ontbreken. Toch bestaat hierover geen twijfel, omdat in een conflict met het Sint Servaas kapittel in Maastricht Willem II verklaard hoe zijn voorvader Willem I aan de bezittingen in Weert was gekomen. Willem verklaarde dat zijn vader Willem I van Horne aan zijn bezittingen in Weert was gekomen door de erfenis van Dirk II van Altena, een ruil met Jan van Asselt en Adolf, graaf van der Mark. Juist van deze graaf is recentelijk in het archief van Caraman Chimay te Mons de oorkonde gevonden die dat laatste deel verklaart.

Oorkonde van Adolf, graaf van der Mark voor Willem van Horne uit 1229. Vindplaats: Archives de l’État te Mons (Henegouwen), archief famille de Caraman-Chimay, doos 211.

Vertaling: Guus Janssen

Wij, Adolf met de gratie Gods graaf van [der] Mark, maken aan allen, die het voorliggende geschrift zullen inzien tot in de eeuwigheid en om de verwarring van onwetendheid te vermijden, bekend, zowel nu als in de toekomst dat wij en onze oudste zoon Everhard, met toestemming van onze geliefde echtgenote Lutgardis en van onze andere erfgenamen, aan onze dierbare bloedverwant de edelman heer Willem van Horne onze goederen in Weert en wat tot die goederen volgens leenrecht behoort, hebben overgedragen en wel zo dat diegenen die door ons met de goedgekeurde goederen beleend waren van hem hun leen moeten ontvangen, hetgeen hij zonder tegenspraak gehouden is hen te verstrekken. Tevens zullen wij en onze erfgenamen deze goederen aan zijn opvolgers en verwanten volgens het leenrecht afstaan. Derhalve hebben wij , opdat niemand bestrijdt dat bovengenoemde Willem de voornoemde goederen in Weert van ons volgens het leenrecht ontvangen heeft, om van hem elke kwade smet van verdenking weg te nemen aan hem deze door ons gezegelde pagina aangereikt, opdat hij die als getuigenis van de waarheid van onze zijde kan tonen.
Dit werd opgesteld in Kriekenbeek in het jaar van de vleeswording des Heren 1229. De getuigen, die aanwezig waren: Winric van Dieteren, Rutger van Bremet [Brempt], Gilles van Bremet [Brempt], Gozewijn van Aslen, Geldolf Thegennardus, Conrad van Rikelinchusen [Recklinghausen], Seman Meynnerus, Sibert van Hengenbeke [Hingebach], Godfried van Elmet [Elmpt], Arnold van Weltene, priester van Leuth, priester van Herongen, Volmar, de klerk van de graaf, Willekin van Velach en nog heel veel anderen meer.

Onder venlo is het Amt Kriekenbeek gelegen.

Jan van Asselt was een zoon van Hendrik van Asselt en bezat vermoedelijk gronden bij Lveroy onder Nederweert. Waarschijnlijk was hij verwant aan Adam, Arnold, Roger van Asselt die in 1200 hun erfrechten verdeelde, ondermeer op de visserij in de Maas. In de slag van Woeringen werd ene Johan van Asselt gevangen genomen, van Liverloe. Hij streed aan de zijde van Reinald I, graaf van Gelre.