Onlangs heb ik het boek ‘De Herlaars in het Midden-Nederlands rivierengebied (ca. 1075-ca. 1400)’ van A. G. J. van Doornmalen aangeschaft. Ik had de PDF online al eens doorgebladerd, maar wilde er toch eens wat dieper in duiken. Na e.e.a. eens doorgelezen te hebben besloot ik ter illustratie van dit verhaal een tochtje te plannen door de Bommelerwaard. Om zoveel mogelijk gebied te kunnen doorkruisen leek het me handig eerst via Rossum, Gameren en Zuilichem naar Brakel te reizen om van daar onderlangs door Poederoijen, Aalst, Nederhemert, Wellseind naar de feestelijkheden op Kasteel Ammersoyen te rijden.

Gerelateerde afbeelding
De Bommelerwaard

De Bommelerwaard is schitterend te zien vanaf de waaldijk, je kunt hierdoor van boven op de aan de dijk gelegen dorpen kijken. Volgens Doornmalen is de eerste vermelding van een heer van Herlaar, Gerard van Loon, in het rivierengebied een donatie van een tiend in Rodengoye bij Brakel aan de abdij Villers (Villers-la-Ville) in 1272. Er zijn aanwijzingen dat Gerard van Loon bezit had in Zuilichem, Brakel, Vuren en Herwijnen, dat mogelijk in verband te brengen is met het Sint-Lambertuskapittel in Luik.
Otto II graaf van Gelre (1229-1271) had in 1263 het dagelijks gerecht aan Willem van Horne, heer van Altena geschonken. Willem van Horne kreeg van de Gelderse landsheer in ook de tiende van het aangrenzende ‘Rodengoye’ of ‘Rodichem’ (het latere Munnikenland) en de dijkschouw, zo vermeld Doornmalen.

De situatie van 1264, bovenin is Rodengoye te zien.

Het is verbijsterend te lezen dat de bezittingen van de van Hornes in deze periode al zo verspreid over de lage landen lagen en een eeuw later het stamgoed ‘Oud-Herlaar’ van de Herlaars zouden kopen. Ik moest direct denken aan Braine-le-Chateau (Kasteel Brakel) dat in een latere periode tot het bezit van de van Hornes behoorde.

Brakel is een mooi plaatsje met tal van monumentale gebouwen. Vanaf de dijk zie je aan de linker kant het prachtige landhuis Huyse Brakel dat momenteel onder het Gelders landschap valt.

Huyse Brakel

In de tuin vindt je de overblijfselen van Kasteel Brakel gesticht rond het midden van de 13e of 14e eeuw, dat laat ik in het midden.

De ruïne van kasteel Brakel zoals we die aantroffen op deze zomerse dag.

Binnen de ruïne bevindt zich een prachtige moestuin die we helaas niet hebben kunnen bezichtigen.

De Oude Moestuin Brakel is geopend van 13.00 tot 17.00 uur op:

  • de 3de zondag in april
  • de 1ste en 3de zondag in mei t/m augustus
  • de 1ste zondag in september

Toen wij rond een uur arriveerde werd hij net afgesloten door iemand die duidelijk geen behoefte had bezoekers te accommoderen… Het kasteel wordt gelukkig omgeven door een prachtig park waar het goed toeven is, met tal van oude bomen rondom de gracht en in de richting van wat in de volksmond bekend staat als ‘t Spijker. Ten zuidwesten ligt een middeleeuws gebouw binnen een omgrachting, in oorsprong voorraadschuur van het slot Brakel. binnen een omgrachting. Het gebouw is al in 1318 van het kasteel gescheiden als een vrij eigen en niet leenroerig goed. Volgens overlevering zou het tot 1616 het verblijf geweest zijn van een Commanderij Commanderie van de ridders van St. Jan.

De achtergevel van ‘t Spijker vertoond verschillende bouwstadia zoals we dat bijvoorbeeld ook bij Slot Loevestein zien.

Het Spijker wordt nog particulier bewoond en is niet van binnen te bezichtigen. Naast dit gebouw bevindt zich de Nederlands Hervormde kerk van Brakel. In deze kerk bevinden zich bijzondere glas in lood vensters die getuigen van de belangrijke families die hier resideerde. Het is niet bekend waar de ramen oorspronkelijk vandaan komen.

Een van de vensters in de kerk.

Na het bezoek aan Brakel zijn we richting Poederoijen vertrokken om een hapje te gaan eten.

Poederoijen was onderdeel van het leen van de van Hornes. Poederoijen had een kasteel dat in 870 door Boudewijn II, Heer van Heusden is gebouwd. Hij is mogelijk ook verantwoordelijk geweest voor de bouw van de kastelen Brakel en Aalst. Het kasteel lag strategisch tussen Brabant, Holland en Gelderland. Rond 1490 had het kasteel de naam een roversbroeinest te zijn en is door de Fransen in 1672 definitief verwoest.

Poederoijen voor de verwoesting.
Slot Poederoijen dat in 1672 door de Fransen werd verwoest.

Wordt vervolgd…

De plaatsnaam Kessel is meerdere malen verbonden aan de van Horne’s. Zo kwam ik na het lezen van de brochure uit de oude Sint Victor kerk in Batenburg er achter dat de met de heerlijkheid Kessel, het bezit van de tak van Horne Kessel-Batenburg, Maren-Kessel werd bedoeld. Daar hoorde indertijd ook nog Alem bij. Ik was zélf nooit in deze omgeving geweest en besloot onlangs er een een kijkje te gaan nemen.

Het moest niet al te ver van ons vandaan zijn en besloot een binnendoor weggetje te nemen om via Grave, Batenburg richting Kessel-Maren te rijden. Vanuit de polder ontginning kwamen we in de buurt van Maren-Kessel binnen. Op zoek naar wat oude gebouwen kwamen we bij de kerk van Maren terecht. Deze bleek op het eerste gezicht niet zo aansprekend en zijn verder richting de Maasdijk gereden. Kessel-Maren ligt tussen Kessel en Maren in als een moderne woonkern. De oude lint-dorpen liggen respectievelijk links en rechts van deze kern aan de rivier en de Lithse Ham en zien er erg charmant uit. Als eerste kwamen we uit bij de oude pastorie van Maren, die geheel opgeknapt was en het daarbij verwaarloosde maar rustieke kerkhofje. Via de Marense- en vervolgens de Kesselsedijk zijn we verder gereden naar Kessel dat een aantal fraaie oude boerderijen en een landhuis bevat.

De Heerlijkheid Kessel en het Brabants leen Kessel.

Kessel bestond uit 2 aparte lenen, beide in één hand. Het huis en dorp van Kessel vormde één leen, het andere bestond uit de justitie en heerlijkheid van Kessel. Het laatstgenoemde leen werd in 1392 in pand gegeven aan Hendrik van Ranst, heer van Boxtel.

Staatkundige situering 1795

Republiek – Staats-Brabant – Meierij van ‘s-Hertogenbosch – Kwartier van Maasland.

Status 1795

Allodiale heerlijkheid.

Heren

Regerend abt van Sint Truiden.

Bestuur en Rechtspraak

Bestuur: Drossaard, schepenen, rentmeester, een of 2 burgemeesters en geërfden.

Rechtspraak: Schepenbank van Alem bestaande uit 7 schepenen.

Rechtsgebied: Alem.

Bevoegdheid: Hoge, middelbare en lage justitie.

Officier: drossaard van Alem.

Beroepshof: Schepenbank van ‘s-Hertogenbosch.

Waterstaat

Het Laag Hemaal

Bestuur: Drie gecommitteerden onder wie een president en een penningmeester / dijkgraaf en 4 heemraden (RANB, Provinciaal Bestuur 1814 – 1920, inv. nr 9427) / 2 dijkgraven en 7 heemraden (RANB, Bestuursarchieven, inv. nr. 1113) / dijkgraaf en 7 heemraden (H.G.J. Buijks, “675 Jaar waterschappen in de Maaskant” (Oss 1987, 37).

Dijkstoel van Alem

Bestuur: Dijkgraaf, 7 heemraden, een uit Alem, 3 uit Maren en 3 uit Kessel.

Plaats 1795: Maren

Staatkundige situering 1795

Republiek – Staats-Brabant – Meierij van ‘s-Hertogenbosch – Kwartier van Maasland.

Status 1795

Statendorp.

Bestuur en Rechtspraak

Bestuur: Schepenen, raadsmannen, burgemeester, collecteur.

Rechtspraak: Schepenbank van Maren bestaande uit vermoedelijk 7 schepenen.

Rechtsgebied: Maren.

Bevoegdheid: Middelbare en lage justitie.

Civiele zaken: schepenbank. Officier: kwartierschout.

Criminele zaken: schepenbank van ‘s-Hertogenbosch. Officier: hoogschout van ‘s-Hertogenbosch.

Beroepshof : Schepenbank van ‘s-Hertogenbosch.

Waterstaat

Het Laag Hemaal

Bestuur: Beheerskollege met 3 gekommiieerden (1 uit Den Bosch, 1 uit Kessel, 1 uit Maren). In 1825 zegt het bestuur te bestaan uit een dijkgraaf en 4 heemraden, in 1810 uit 2 dijkgraven en 7 heemraden, terwijl tevoren sprake was van een dijkgraaf en 7 heemraden.

Dijkbestuur van Maren

Bestuur: Dijkgraaf, een president-heemraad, 6 heemraden en een dijkschrijver. Situatie in 1825.

Plaats 1795: Kessel

Staatkundige situering 1795

Republiek – Staats-Brabant – Meierij van ‘s-Hertogenbosch – Kwartier van Maasland.

Status 1795

Heerlijkheid; Brabants leen. Kessel bestond uit 2 aparte lenen, beide in één hand. Het huis en dorp van Kessel vormde één leen, het andere bestond uit de justitie en heerlijkheid van Kessel. Het laatstgenoemde leen werd in 1392 in pand gegeven aan Hendrik van Ranst, heer van Boxtel.

Heren en vrouwen

Verhef in 1542 Jan van Horne.

Verhef in 1580 Gerard van Horne.

Verhef in 1615 Ambrosius van Horne.

Verhef in 1618 Willem Adriaan van Horne.

Verhef in 1634 Johan van Horne.

Verhef in 1663 Willem graaf van Horne.

Verhef in 1694 Amelia Louise van Horne.

Verhef in 1721 Stacius Philip graaf van Bentheim. Eind 17e eeuw was Kessel een tijdlang gesplitst.

Verhef in 1730 Bikker van Zwieten.

Verhef in 1765 Tobias Zijdenhagen.

Verhef in 1779 Alexander van Solontha van Salonthay.

Verhef in 1781 Alexander van Solontha van Salonthay.

Verhef in 1791 Eduard Jacob Harell.

Bestuur en Rechtspraak

Schepenbank: Schepenbank van Kessel bestaande uit 7 schepenen.

Rechtsgebied: Kessel.

Rechtspraak: Hoge, middelbare en lage justitie. Officier: drossaard van Kessel.

Beroepshof: Schepenbank van ‘s-Hertogenbosch.

Bestuur: Drossaard, schepenen.

Waterstaat

Het Laag Hemaal

Bestuur: Drie gecommitteerden onder wie een president en een penningmeester. In 1825 zegt het bestuur te bestaan uit een dijkgraaf en 4 heemraden, in 1810 uit 2 dijkgraven en 7 heemraden, terwijl tevoren sprake was van een dijkgraaf en 7 heemraden.

Dijkbestuur van Kessel

Bestuur: Dijkgraaf, een president-heemraad, 6 heemraden en een dijkschrijver. Situatie in 1825.

De naam Kessel is afgeleid van het Latijnse castellum, dat versterking of fort betekent. En inderdaad: eind jaren zeventig van de vorige eeuw zijn in de uiterwaarden bij Kessel gallo-romeinse bouwfragmenten (van een tempel of een wachtpost?) gevonden.

Het Hof van Kessel gaat echter niet zover terug in de tijd. Het dateert van eeuwen later, toen Kessel een heerlijkheid werd.

Een van de heren van Kessel heeft in de loop van de 14e eeuw een versterkt kasteel laten bouwen. Er bestaat een zeventiende-eeuwse tekening van het herenhuis uit circa 1685 door de bekende landschapsschilder Abraham Rademaker. Die tekening bevindt zich nu in de collectie van het Rijksmuseum.  

topografische kaart 1851; 't hof ten zuiden van de pastorie

Van der Aa meldt in zijn Aardrijkskundig Woordenboek uit de negentiende eeuw, dat de restanten van het kasteel in 1801 zouden zijn gesloopt en dat op de plek waar het gestaan zou hebben, alleen nog maar een boomgaard te zien is.

Het huidige huis

Wat we in ieder geval nog kunnen zien oude kaarten, is dat het perceel waarop het kasteel gestaan zou hebben en dat “’t Hof” wordt genoemd, nog steeds omwaterd was, wat goed zou kunnen duiden op een verdedigbare plaats. Die omwatering is er trouwens nog steeds.

Op het perceel is in 1922-1923 een huis gebouwd door Johannes de Werd. Zijn nakomelingen hebben er achtereenvolgens een champignonkwekerij en een legbatterij voor kippen (de eerste in Nederland) gehad.

Tegenwoordig is op het terrein een varkensbedrijf gevestigd.

Batenburg is nauw verbonden met de familie van Hoorn. Ik kwam hier al jaren, maar ik had er nooit bij stilgestaan dat het eens zo machtige kasteel van Batenburg ooit in bezit is geweest van de tak Horne Kessel- (…)Batenburg! Naast een enkele verwijzing op de bruine formica bordjes van de ANWB vindt je niets terug van deze familie, totdat je door stom toeval de oude St. Victor kerk binnen kunt komen. Ik was er een keer tijdens een fietstocht en eenmaal door de roodgelakte deur viel mijn mond open van verbazing. De kerk hing vol met rouwborden van aan de Hornes gelieerde families en de Hornes zélf. Het meest in het oog springend is het rouwbord van Willem Adriaan van Horne. Als generaal der Artillerie maakte hij furore in het leger. Alhoewel hij mogelijk niet in Batenburg is begraven wordt hij door dit bord wel herinnerd.

Het wapenbord ter nagedachtenis aan Willem Adriaan van Horne.

Onlangs ben ik er nog een keer geweest, het gebouwtje was namelijk open voor een expositie. Er lag een beknopt boekje door A. G. Schulte ‘Gewapend in vrede’ De rouwborden in de Hervormde St.-Victorskerk te Batenburg in een uitgaven van Stichting Oude Gelderse Kerken. Hierin zag ik voor de eerste keer het portret van Johan ‘Belgicus’ van Horne door G. van Honthorst. Dit portret was eens in het bezit van de familie van Tuijll Serooskerke te kasteel Heeze die het verkochten op een veiling bij Sotherby’s in 1968 (catalogus: 27-11-1968 object nr. 64).

Ik kwam er ook achter dat de laatste telgen uit deze lijn van de familie huisde op kasteel Endegeest te Oegstgeest nabij Leiden. Mogelijk zijn zij daar of in de buurt ook begraven.

Kasteel Endegeest te Oegstgeest.