

Jan van Horne (na 1480? – 10 december 1540) was de vierde graaf van Horne van 1531 tot 1540.
Hij was een zoon van graaf Jacob II van Horne en Johanna van Brugge, een dochter van Lodewijk van Gruuthuse.
Als jongere zoon begon hij aan een kerkelijke carrière, terwijl zijn broer Jacob hun vader opvolgde. Jan bekleedde de invloedrijke positie van proost van het Kapittel van Sint-Lambertus in Luik en leek kandidaat voor het ambt van prins-bisschop, functie die al door zijn oom Johan van Horne was vervuld.
Toen bleek dat zijn broer Jacob III uit drie opeenvolgende huwelijken geen erfgenaam voor het graafschap Horne zou voortbrengen, en Jan voor de opvolging moest zorgen, verliet hij de geestelijke stand, met dispensatie van ‘Rome’, en trouwde met Anna van Egmont, dochter van Floris van Egmont. Zij was eerder al getrouwd geweest met Jozef van Montmorency, van wie ze vier kinderen had.

Na de dood van zijn broer in Vercelli werd hij zelf graaf van Horne, heer van Heusden, Altena en Weert. Zijn huwelijk bleef echter kinderloos. Na toestemming van zijn leenheer, de Luikse prins-bisschop Cornelis van Bergen, vermaakte hij bij testament het graafschap Horne aan de oudste zoon van zijn vrouw, Filips van Montmorency.

De erfenis voor zijn bastaardkinderen (onwettige kinderen).
Johan van Horn droeg in zijn testa ment zijn eventuele rechten op Gaasbeek over op Anna van Egmond en haar zoon Philips de Montmorency. Mocht Philips, net als hijzelf, zonder wettige erfgenamen overlijden, dan zou zijn broer Floris de Montmorency
alles erven.¹⁵¹ Deze bepaling zou gevolgen hebben voor Weert.
Aan zijn zuster Amelia van Horn, kloosterzuster te Weert, zegde Johan een jaarrente toe van 40 gulden.
Ook zijn onwettige kinderen werden bedacht. Zijn onwettige dochter Margaretha kreeg 6000 gulden ineens
of 300 gulden jaarlijks. Zij diende te trouwen volgens het advies dat Anna van Egmond haar zou geven.
Anna moest ook zorgen voor de verdere opvoeding van Margaretha op voorwaarde dat zij zich goed zou
gedragen. Aan zijn bastaardzoon Jan van Horn, die in Leuven woonde, gaf hij 300 gulden ineens. Anna
van Egmond moest hem onderhouden. Verder had Johan van Horn een onwettige dochter, die eveneens
Margaretha heette en die als kloosterzuster in Hasque verbleef. Zij kreeg 100 philippusgulden als zij bad voor
zijn zielenheil. Richard van Horn, een bastaard, en Jean de Bidt, beiden wonende in Mechelen, ontvingen
ieder 300 gulden per jaar.¹⁵² Johan van Horn stichtte een jaargetijde in het minderbroedersklooster. Hiervoor
moesten jaarlijks twaalf malder rogge en een goed rund aan de paters worden betaald.
1502
Na de dood van de domproost van Luik, titulair bisschop van Bysuntinus, wordt de zoon
(Jan) van de graaf van Horn tot domproost voorgedragen en gekozen.
Chronicon Los p. 117
Add MS 13961
Date 3rd quarter of the 15th century
Title “Noel de Fribois, Abregé des croniques de France”
| An abbreviated chronicle of France: from the destruction of Troy to the death of Louis de Mâle, Count of Flanders, in 1383, composed in 1459 by Noel de Fribois, councillor to King Charles VII of France. There are five successive versions of the text. This manuscript is one of eight belonging to the ‘A’ family, considered the most complete version of the chronicle (Daly, Abregé des Croniques, 2006).ff. 72r-95v: A series of short treatises, including ‘De la dignité Roial'(On Royal prestige), ‘Des bonnes meurs et condicions des François’ (On the excellent ways of the French), ‘De noblesse’ (On nobility), ‘De la proprieté des pierres precieuses, dont est faite mencion en l’Apocalypse’ (On the properties of precious stones as described in the Apocalypse); ‘De l’excellence, dignité, et prerogative du Roy’ (On the prestige, rank and privileges of the King), ‘Les dignitez et honneurs seculiers et ecclesiastiques’ (the rights and privileges of the laity and the clergy) and a brief defence of the right of Charles VII to the crown of France, against the claims of Henry VI. of England, beginning, ‘Et pour brieve conclusion final’ (f. 95v).Decoration:A decorated initial in red, blue and gold with a monogram and partial rinceaux border (f. 2r). An initial with rinceaux decoration in blue, red and gold (f. 3r). Initials in alternating red and blue at the beginning of paragraphs. Line-fillers in red and blue. Rubrics and Latin text in red. | |
| View: bindings215 images available | |
LanguagesFrench Latin Physical DescriptionMaterials: Parchment.Dimensions: 225 x 160 mm (text space 165 x 105 mm).Foliation: ff. 96 (ff. 1 and 96 are parchment flyleaves + 1 unfoliated parchment leaf following f. 95 + 4 unfoliated paper flyleaves at the beginning and 4 at the end).Collation: i-xii8 (ff.1-96).Script: Gothic cursive.Binding: Post-1600. BM/BL in-house; rebound in 1969. OwnershipOrigin: France (Paris). Provenance: Etienne Chevalier (b. c.1410, d. 1474), secretary to Charles VII, king of France, and from 1452 treasurer of France, written and painted for him: his monogram ‘E C’ in the initial on f. 2r.? Jean II, count of Horne, Belgium, from 1531: an ink-drawing of a bust of a woman with headdress, and an erased inscription ‘C’est a Mons[ieur] le conte de Hornes’, on a flyleaf (f. 1r). Philippe II de Montmorency-Nivelle (b. c. 1518, d. 1568), count of Horne: his motto ‘Tout a temps Montmorancy’ on a flyleaf (f. 1v).Lines from Cato and Virgil written on a parchment endleaf (f. 96v) with the date of 1557.Henry Farrer (b. 1798, d. 1866), picture dealer and restorer; bought from him by the British Museum, 10 March, 1843. Bibliography The British Museum Catalogue of Additions to the Manuscripts, 1841-1845 (London: British Museum, 1850), p. 107.A. Vallet de Viriville, ‘Noel de Fribois, chroniqueur inédit’, Journal général de l’instruction publique, 25 (1856), pp. 196, 239-40.Leopold Delisle, Le Cabinet des manuscrits de la Bibliotheque nationale [..], 3 vols (Paris: Imprimierie Nationale, 1868-1881), I, p. 72.A. Thomas, ‘Comptes rendus: 829’, Romania, 19 (1890), 604-05.Alexandre Labat, ‘L’Abregé des chroniques de France de Noel de Fribois’ (unpublished PhD thesis, Paris: Ecole nationale des Chartes, 1953).Noel de Fribois, Abregé des croniques de France, ed. by Kathleen Daly and Gillette Labory, Société de l’histoire de France (Paris: Honoré Champion, 2006), pp. 61-62. |

Chronologie
Ahschr. {17. Jh.), Papier. Teekienburg Akten XXII h Nr. 37.
