Asselt (NL)

Een deel van Asselt vormde een heerlijkheid van het land van Hornes: “Den hoff mette heerlycheyt tot Asselt metten tol op de Maes ende allen toebehoir is een bundich leen….”

De rest van Asselt en Swalmen vormden samen een heerlijkheid/ambt onder Gelderland. We gaan hier niet verder op in.. In de 13e eeuw was er al onenigheid over de verheffing, zoals we zien in een record uit 1608 dat we verderop citeren.

Oorspronkelijk waren beide delen van Asselt eigendom van dezelfde heer.

Rutger van Asselt was in 1245 heer van Asselt en Swalmen, een leengoed van de graaf van Gelre; bovendien had hij de tonlieu (tol) en visserij op de Maas, het recht van alluvium in Asselt; en aan beide oevers van de Maas oefende hij gerechtigheid uit over een gebied op ongeveer 20 meter afstand van de rivier.

Deze laatste rechten waren in leengoed van de heer van Hornes, die ze in leengoed had van de graaf van Looz.

Voor dit kleine territorium aan beide oevers van de Maas had Rutger van Asselt zijn eigen strafhof opgericht, en begin 13e eeuw liet hij bij Uuthoven een galg oprichten en liet hij daar een misdadiger ophangen. Voor de burger volgde hij in deze strook land de gewoonte van zijn heerschappij van Asselt-Swalmen. Rutger leefde nog in 1275; bij hem of bij zijn eerste opvolger lijkt het geslacht van Asselt te zijn uitgestorven.

Een familie van Asselt droeg keel met een franse lelie in goud. In 1313 kwam de heerschappij in handen van de familie Swalmen, waarvan we de eerste vinden in de persoon van Seger Voskini de Swalmis die een klacht indiende bij het hoofd van de hermelijnen. Deze verkoopt aan de graaf van Gelre, Reinald I de opperrechter van Swalmen”).

  • 30 –

Steffens meldt in Publicaties XXXI dat Robijn de Swalmen, kanunnik van St. Servais te Maastricht, vóór 1381 de heerschappij van Swalmen en de tonlieu te Asselt schonk aan zijn neef Thierry van Oost. Dit moet een elders in Asselt gevestigde tonlieu zijn. Want zoals we verder zullen zien, ging de Hoornse heerschappij van Asselt over op de familie Flodrop, en vanaf 1339 zien we de Flodrops in bezit in Asselt.

Godefridus van Vlodorp, ridder, vormt, door middel van 50 mark, bij Thierry, Comte de Looz, annuity van 5 mark, à 4 bonniers in loco dicto in den gewytte, ad curtem de Assel pertinentibus,”his alleu. 5 stralen. A° 1339′).

Van deze Godefroid de Flodrop stamt Jean af die volgt. In 1517, altera trium Regum”, lost Jean de Flodrop de seigneuria van Asselt aan het feodale hof van Hornes. In 1521.des anderen dachs post Barbarae Virginis”, meldt Ludolff van Winckelhuysen namens Elisabeth van Vlodrop, weduwe van

Jean van Vlodrop, door overlijden van genoemde Jean. In 1557, op 14 maart, loste Adam Schellart van Obbendorf af.

Hij was de kleinzoon van Jean Schellart d’Obbendorf, heer van Schinnen, die in 1510 met Cécile de Flodrop was getrouwd; en zoon van Frédéric Schellart d’Obbendorf, die in 1529 trouwde met Marie de Pallant.

Onze Adam was heer van Asselt en Gurtzenich, hij stierf in 1603, zijn vrouw Walrave de Rechteren genaamd de Voorst, vrouwe van Doorenweert schonk hem onder andere een zoon: Adam, heer van Asselt die adellijke kanunnik ontving van het ‘Illustrieuze Kapittel van Sint Lambertus te Luik in 1593, nam ontslag in 1609 en trouwde met Adrienne de Hochkirchen.

Op 18 november 1608 maakt het feodale hof van Hornes bekend dat edele heer Daem Schellart van Obbendorff, heer in Gurtzenich en Asselt zegt dat beweerd wordt dat het bezit van Asselt op het grondgebied van Gelderland ligt: ​​goud van alle tijden en zonder tegenstand de verheffingen werden gemaakt aan het feodale hof van Hornes, met name in 1517, 1521 enz.,

1) de Raadt IV 150.

  • 31-

en dit op tentoonstelling van 2 brieven die niet werden genoemd, een van 16 september 1275 met 2 transfixen en bevestigingsbrieven, een van Arnold graaf van Loon van 16 september 1275, de andere van Reynald Comte van Gelre, met 5 hangende zegels, waaruit blijkt dat voornoemde Hoff tot Asselt in leen gaat aan heer Willrm van Horne met allen synen toebehoor appendentien ende dependien, cum supremo dominio cum judicio terrae et mosae in ambobus lateribus atque ripis Mosae , cum piscatura in mosa in ambobus lateribus, et ripis ac circa mosam, nec non cum agris, accrescentijs. Item met vorval, misdaet, aenerdaet tot aenwassen ende andere bijzondere gerechticheyden”.

Adam stierf zonder erfgenamen in 1612. Op 11 juni 1612 stichtte Claes Pouwels het grote leengoed van Assel, door de dood van Joncker Daem Schellart van Obbendorf en dit ten gunste van zijn weduwe Adrienne van Hoechkerchen.

Jean, bijgenaamd baron de Schellart, heer van Gurtzenich, Meyel,

Wanssum enz. volgt zijn broer Adam op als Heer van Asselt

en stierf op 20 april 1614. Hij was in het derde huwelijk getrouwd op 4 augustus 1602 Ursule Scheiffart de Merode Bornheim, weduwe van Jean Philippe de Merode Baron de Houffalize, en vrouwe van Argenteau, Borgharen enz. Overleden op 16 januari 1622.

In 1614 vond een overeenkomst plaats voor het feodale hof van Hornes,

het hof van Swalmen en de censalen van het hof en de heerschappij van

Asselt: Jean Schellart, Heer van Dorrenweert, Walraff Schellart, Heer van Schinnen en Vincent Schellart, Heer van Geysteren, dragen het Hof van Asselt met al zijn bezittingen over aan Ursule de Merode, weduwe van Jean Schellart de Gurtzenich. Ze loste af op 10 januari 1615. In 1614 werd Fréderic Schellart, zoon van Jean die stierf op 20 april 1614, en van zijn tweede vrouw Catherine de Goltstein, afgelost door de dood van zijn vader. Het moet de helft van de heerlijkheid zijn, zo blijkt uit een akte van 1635.

De andere helft werd geërfd door zijn bloedverwante zus, van de 3e eeuw, Ursule Albertine geboren in 1608, die voor het eerst trouwde, op 28 maart 1632, Philippe d’Aneux, markies de Wargny, Baron de Crévecoeur, eerste peer van Cambresis, kastelein en burggraaf van Kamerijk. Anneux porte d’or met 3 halve manen keel. Zij huwde in tweede huwelijken in Brussel, op 29 mei 1664, Maxi-

32 –

Millien Herman Comte d’Attems, kamerheer van S.M.I. et R. en nauw adviseur van aartshertog Leopold, gouverneur-generaal van Nederland.

Attems porte de gules met een handvat van 3 stuks zilver

bewegen vanaf de punt. In 1635, op 3 maart, Dame Ursule Albertine Schellart d’Obbendorf, echtgenote van de heer Philippe d’Anneux, Chevalier, Baron de Crèvecoeur, heer van Aulbencourt, als moeder en voogd van Christian d’Anneux, zijn zoon, legataris van de helft van de land en heerlijkheid van Asselt, aanhangsels en affiliaties, bij testament van wijlen de heer Frédéric Schellart van Obbendorf, ridder, heer van Muggenhausen, geeft volmacht aan Nicolas Closset om namens zijn voornoemde zoon groot te brengen.

Dit reliëf is gekoppeld aan 18 april 1635.

Op 10 oktober 1641 loste Ursule Schellart d’Obbendorf, barones de Crevecoeur de helft van het Hof van Asselt af, dat in zijn geheel een groot leengoed vormde.

Op 10 december 1661 loste ze opnieuw de ½ van Asselt af, as

dat het in 1615 was opgegroeid. Het komt nu voor als

Markiezin de Wargny. Op 11 juli 1664 lost Frédéric Christian d’Anneux, Baron de Crèvecoeur zijn helft af. Het is christelijk hierboven.

Op 15 maart 1668 verhoogt Goert Gruthen de helft van de heerlijkheid en wierook van Asselt ten voordele van de Gravin van Atimis, (lees Attems), markiezin van Wargny en barones van Crèvecoeur; hij leent

eed af te leggen, opluchtingskosten en griffierechten te betalen.

Op 5 april 1678 ontslaat Frans Lambert de Bruyn, na de dood van Goert Gruten, het Hof en uw plaats Asselt met al zijn onderhorigheden.

In wiens naam is dit reliëf gemaakt? We weten het niet. Rond deze tijd wisselde het Hoornse leengoed van Asselt van eigenaar en werd het eigendom van de heer van Swalmen-Asselt, Gelre.

Op 10 mei 1695 loste Goessen de Blitterswyck, namens Seig-

neur Arnold Schenk van Nydeggen, baron van Hillenraedt, heer van Swalmen-Asselt, het hof en de heerschappij van Asselt, met de tonlieu aan de Maas etc. ..pundich leen” van Hornes.

Arnold Schenk van Nydeggen, geboren in 1662, was in 1694 getrouwd met Marie Catherine Comtesse de Hoensbroeck.

Hij werd op 21 december 1695 door Charles IV, koning van Spanje, tot markies gemaakt en het land van Hillenraedt met Swalmen, opgericht als markiezaat.

  • 33 –

Op 17 juli 1705 loste hij Asselt opnieuw af.

Uit zijn huwelijk had hij slechts één zoon, geboren in 1695, die stierf in 1703. Arnold stierf op 31 augustus 1709, nadat hij bij testament zijn vrouw, zijn universele erfgename, had gevestigd.

Op 1 december 1711 hief Marie Catherine Marquise douairière Schenk van Nydeggen, Vrouwe van Asselt, Hillenraedt, Swalmen enz. leen, of groot leengoed.

De vrouwe van Asselt, erfgename van haar man, stierf in september 1736, nadat ze haar universele erfgenaam had ingesteld, haar neef Franz Arnold Adrien Marquis en Ryksgraaf de Hoensbroeck.

Hij had Asselt al afgelost op 30 april 1720. Hij werd geboren in 1696, trouwde in 1720 met Catherine Marie Sophie Comtesse

von Schönborn zu Wiesentheid Buchheim, geboren in 1702, overleden in Hoensbroek in 1760.

Frans Arnold Adrien markies de Hoensbroeck stond weer op. 14 augustus 1755 en stierf in Hillenraedt in 1759.

Zijn zoon Lothair Franz Marquis en Ryksgraaf de Hoensbroeck volgden hem op.

Geboren in 1722, overleden in Hoensbroeck in 1796, getrouwd in 1762 Sophie Charlotte Marie Anne Walburge Comtesse van der

Leyen zu Hohengeroldseck, overleden in 1807. Hij loste Asselt af op 8 juni 1771, 28 april 1772 en 19 oktober

1784.

Waarschijnlijk kreeg zijn zoon Asselt als voorschot op zijn erfenis, want wij

zie deze verhoging in 1788. 16 oktober 1788 Syne Excellentie de jongen Heer markies

Clemens van ende tot Hoensbroeck’ merkt op. Het laatste reliëf vond door dezelfde plaats op 19 mei 1794.

Clément Wenceslas Markies en Rijksgraaf de Hoensbroeck, geboren te Haag op 10 mei 1776, was heer van Hoensbroeck, Asselt, Hillenraedt, Grubbenvorst, Haag etc., erfmaarschalk van het hertogdom Gelre. Hij stierf op 14 oktober 1844 in Haag, tweemaal getrouwd geweest 1º met Alexandrine Baronne de Loë-Wissem die stierf in 1806 en 2 met Eugénie Comtesse de Schaesberg.

  • 34 –

Door opvolging gingen de eigendommen van Hillenraedt-Swalmen-Asselt over op Herman Joseph Graaf Wolff Metternich, geboren in 1887. Hij woont momenteel in het kasteel van Hillenraedt en trouwde in 1910 met Amélie Comtesse von Schall-Riaucour.

Hoensbroeck heet: Argent 4 fess Gules, een leeuw Sable bewapend, weggekwijnd en gekroond Of, over alles ontsmettend. Wolff Metternich: driemaandelijks: 1e en 4e per fess, a) Azure naar het label Argent, b) Argent naar de wolf passer eigenlijk, die van de 1e contour (Wolff-Metternich); 2e en 3e: Of een fleur-de-lys Gules, ondersteunend twee papegaaien omcirkeld Vert, collared Of, neergestreken op de gebogen bladeren van de fleur-de-lis (Elmpt).