Anna Maria van Horne, gravin van Horne,
- Levensloop en data: Ze werd geboren in 1642 en overleed in 1740 in Bielefeld.
- Adellijke status en titels: Ze was een gravin uit de lijn Van Horne-Kessel, een zijtak van de familie Van Horne die de graventitel bleef claimen nadat de hoofdtak in 1568 was uitgestorven. Haar status als hoge adel was echter niet onomstreden; bij haar toelating tot de abdij van Herford waren er twijfels of ze wel tot de hoge adel van het Heilige Roomse Rijk behoorde, een kwestie die pas in 1680 definitief werd beslecht.
- Relatie met prinses Elisabeth: Anna Maria was een intieme vriendin en vertrouwelinge van prinses Elisabeth van de Palts. In het testament van Elisabeth werd zij zeer royaal bedacht.
- Geestelijke en huwelijkse staat:
- Vanaf 1671 was zij kanunnikes (stiftsdame) in de keizerlijke abdij van Herford, waar Elisabeth abdis was.
- In 1687 verliet zij de abdij om te trouwen met de weduwnaar Clamor von dem Bussche-Ippenburg (1640–1723). Haar echtgenoot was een diplomaat, hoofdmogendheid van het graafschap Ravensberg en een correspondent van Leibniz.
- Religieuze contacten en karakter: Ze stond bekend om haar ijverige vroomheid. Ze onderhield correspondentie met bekende Engelse Quakers zoals William Penn en Benjamin Furly. Penn was tijdens zijn reizen zo onder de indruk van haar vroomheid dat hij haar vermeldde in zijn reisverslag.
- Familie:
- Ze was de dochter van Johan Belgicus van Horne en Johanna van Bronckhorst van Batenburg.
- Ze had een broer, Willem-Adriaan, en een zus genaamd Agnes Louise (die in 1685 ook tot de abdij van Herford werd toegelaten).
- Er was een indirecte familieband met de familie Van Arnhem (de eigenaren van kasteel Rosendael) via haar zus Johanna, die getrouwd was met een lid van de familie Van Heijden.
- Onderstaand artikel: Erik-Jan Bos voert verschillende bewijzen aan om de bewering van Lisa Shapiro te weerleggen dat er een familieband bestaat tussen de Amsterdamse familie Van Hoorn (waartoe Petronella Wilhelmina van Hoorn behoorde) en de adellijke gravin Anna Maria van Horne, een goede vriendin van prinses Elisabeth.
- Hieronder volgen de specifieke argumenten die Bos gebruikt:
- Verschil in sociale stand: Bos wijst erop dat de vertrouwelinge van Elisabeth een gravin was (“la Comtesse de Hornes”), terwijl de familie van Petronella Wilhelmina van Hoorn niet van adellijke afkomst was. Petronella was weliswaar zeer rijk, maar haar grootvader was een buskruitfabrikant in Amsterdam en haar vader was de directeur-generaal van de VOC.
- Geografische en historische context: De titel “Graaf van Horne” is verbonden aan het dorp Horn in de huidige provincie Limburg. De laatste officiële graaf uit de hoofdtak, Filips van Montmorency, werd in 1568 onthoofd, waarna het graafschap terugviel aan de prins-bisschop van Luik. De familie van Anna Maria stamde af van een zijtak, de Van Horne-Kessel-lijn, die de titel bleef claimen.
- Genealogisch onderzoek: Bos stelt op basis van genealogische gegevens en archiefstukken van de abdij van Herford vast dat de adellijke Anna Maria van Horne (geboren in 1642) de dochter was van Johan Belgicus van Horne en Johanna van Bronckhorst van Batenburg. Hij concludeert expliciet dat zij op geen enkele wijze verwant is aan de burgerlijke Petronella van Hoorn.
- De herkomst van het manuscript: Volgens Bos lossen familiestukken, hoe nauw of ver weg ook, het raadsel van het Rosendael-manuscript niet op. Hij merkt op dat er in het archief van kasteel Rosendael weliswaar documenten liggen die verband houden met de familie van Anna Maria, maar dit komt door een indirecte link met de familie Van Arnhem via een huwelijk, en niet via de familie Van Hoorn.
- Bos concludeert dat de suggestie dat het manuscript via de familie Van Hoorn op kasteel Rosendael is beland, ongegrond is. In plaats daarvan beschouwt hij Pierre Chanut als de meest waarschijnlijke bron voor de transcripties van de brieven.
