Kasteel Altena Moerkerke

Kasteel Altena
Huidige gevel van het kasteel Altena te Moerkerke.

“De oorsprong van het kasteeldomein “Altena” te Moerkerke, gaat waarschijnlijk terug naar het jaar 1297. In dat jaar bevochten de Vlamingen onder Graaf Gwijde van Dampierre de Fransen te Ieper, toen de Franse koning Filips IV de Schone, Vlaanderen wilde onderwerpen. Uit de oorkonden blijkt dat de Vlamingen te Ieper geholpen werden door Duitse hulpkrachten, aangevoerd door de Graaf van Altena, wonend op de burcht Altena op een berg bij het gelijknamig stadje aan de rivier de Lenne in het Sauerland ten oosten van Düsseldorf in Duitsland. Dezelfde huurkrachten hebben meegevochten met de Vlamingen in de Guldensporenslag bij Kortrijk in 1302.

Het graafelijk domein van Male, eigendom van Gwijde van Dampierre, strekte zich toen uit tot op het grondgebied van Moerkerke. Er blijken familiebanden te hebben bestaan tussen de Dampierre’s en de Altena’s; deze Laatste hebben zich soms borg gesteld voor de schulden van de Graaf van Vlaanderen. Waarschijnlijk heeft de graaf Gwijde, als blijk van dank voor de hulp bij Ieper, aan de Graaf van Altena een leen geschonken, bestaande uit een bosrijke streek, gelegen op het huidig grondgebied van Viven-Capelle. Een jong familielid van de Altena’s heeft zich aldaar gevestigd en het “Hof Altena” opgericht te midden in de bossen en heeft deze bossen laten ontginnen door werkkrachten die kwamen wonen op het grondgebied Viven-Capelle, hetgeen de eerste nederzetting en de oorsprong zou vormen van dit gehucht.

Het is zeer eigenaardig dat zich bij het stadje Altena in Duitsland, op 13 km. daar vandaan, een dorp bevindt dat “Brügge” heet! En Altena bij Moerkerke ligt eveneens juist 13 km. van de Stad Brugge!

De grafelijke familie der Duitse Altena’s heeft zich ook verspreid in geheel het Nederlandse gebied, o.a. bij Delft, en in het huidige nog aldus benoemde “Land van Altena”, een landschap tussen Maas en Rijn ten zuiden van de stad Gorinchem (Gorkum), waar destijds een kasteel Altena bestond bij Almkerk, dat een rol heeft gespeeld in de Nederlandse geschiedenis. Het “Land van Altena” was eigendom van de grafelijke familie van Horne. De graven Lamoraal graaf van Egmond en Filips van Montmorency graaf van Horne, die beiden onder Alva te Brussel in 1568 werden terechtgesteld, voerden ook de titel van “Graaf van Altena”.  De Duitse graven van Altena werden later de Grafen von Berg en von der Marck, en zijn de voorvaderen van het geslacht Limburg-Stirum; zij tellen ook Arenbergs onder hun afstammelingen.

Te Kontich bestaat een kasteel van Altena, thans klooster, eertijds bezit van de famile van Horne.

In zijn Woordenboek vermeldt De Flou “Altena” in 1325, daarna in 1395. Het eerste is het “Hof van Altena”. Volgens een andere bron zou het woord Altena afstammen van het Gotische “Huoltena”, d.i. hout+water. Opmerkelijk is dat de vorm der huidige grondpercelen rond het kasteeldomein Altena nog de typische kernmerken vertoont van een “Siedlung” [= ansiedlung: nederzetting] voor bosontginning: zoals die in Duitsland normaal is, maar in Vlaanderen praktisch nergens anders voorkomt.

Op dezelfde plaats ontstonden na-een verschillende kasteelgebouwen. Het eerste kasteel werd o.m. bewoond door een burgemeester van het Vrije van Brugge, en later ook door raadslieden van dit Gewest. De bekende kaart van Pourbus over het Brugse Vrije, daterend van rond 1570, toont het Hof Altena als bestaande uit een opperhof en een neerhof. Op de kaart heeft het de vorm van een rechthoekige “mote” met dubbele omringende wal. De thans nog bestaande wal zou de binnenwal zijn.

Het huidige kasteel is het derde op die plaats, en het werd in, 1928-29 gebouwd door de toenmalige eigenaar Antoine de Thibault de Boesinghe, intussen overleden, die het in 1965 aan de heer Wardenier verkocht. De bouwtrant is een fraai voorbeeld van Nederlandse Régence-stijl, en vertoont veel gelijkenis met het bekende Huis Osterrieth te Antwerpen, dat gebouwd werd door de beroemde Nederlandse architect van Baurscheit de Jonge, een navolger van de Franse architect Marot, die naar Nederland uitweek. De architecten-familie van Baurscheit werkte voornamelijk in het Antwerpse, in Zeeland en Holland. Ook binnen is het kasteel geheel in stijl ingericht.

Het uitgestrekt park rond het kasteel Altena werd in het begin van de 19de eeuw aangelegd, en met veel zorg beplant . Het bevat zeer vele specimen van allerlei boomsoorten, waaronder enkele zeldzame zoals een Catalpa of trompetboom, een der grootste dergelijke bomen welke in ons land te vinden zijn. De Catalpa is een tropische boomsoort, afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika.” – (tot daar de heer Wardenier)

Nu ging de tocht naar het kasteel “de Heerlijkheid van Moerkerke”,  waar we werden opgewacht door de eigenaar Kolonel Hubert Van den Broeck, ook een lid van onze Kring. Wanneer onze joviale Gastheer eigenaar werd van het oude kasteel van de heren van Moerkerke, was deze historische woonst in een zeer vervallen toestand. Sedert zes jaar besteed de heer kolonel zijn beste krachten aan het opnieuw in behoorlijke staat brengen van deze omwalde woning, en met succes! Dit konden we vaststellen wanneer wij ons over de stenen toegangsbrug, door de gang en de erezaal, met onze zeer talrijke groep naar de binnenkoer begaven. Zoals hij het reeds bij de ingang had gedaan, gaf ook hier de heer Van den Broeck uitvoerig uitleg. De huidige woning is een deel van het vroeger opperhof en werd dan ook op de oude grondvesten ervan opgetrokken. Dit wordt bewezen door de opgravingen die de heer Van den Broeck op het ogenblik laat uitvoeren. Een Grote hoeveelheid scherven van middeleeuws aardewerk en tegels werden bovengehaald en ze zouden verdienen vakkundig bestudeerd te worden.

De ijskelder, onder groen verscholen, op de westhoek van het kasteel, is prachtig bewaard (zoals die op Altena ten andere ook). Van het vroegere omwalde neerhof blijft niets meer over. Het nieuwe gemeentehuis van Moerkerke is er gedeeltelijk op gebouwd.

Kolonel Van den Broeck schreef voor ons verslag een veel meer poëtische bladzijde:

“Voor wie luisteren wou, tussen het zomerse eendengesnater door, fluisterde de stoere majestatische ingangstoren nauw hoorbaar zijn geschiedenis:

Eens was ik een vesting, gebouwd aan de zeearm van het Zwin, om heren en hun horigen te beschermen tegen de invallen van woeste Noormannen. De geslachten voor wie ik steeds een eigen en veilige haard betekende, waren even dappere krijgers als knappe staatslieden. Als leen van de Graaf van Vlaanderen was de Heerlijkheid van Moerkerke hem hulp en bijstand verplicht. Zo trekken jonge Heren van Moerkerke op kruistochten en naar andere krijgstonelen. Praal en pracht heb ik gezien toen ik het roemrijke geslacht van Praat onder mijn hoedende torens wist. Een harer telgen kon het huwelijk van Margareta van Male met Filips van Burgondië verwezenlijken. De Heren van Praat hadden zeer voorname hertogelijke functies. Zij namen deel aan het Europese schaakspel waarbij Vlaanderen, als koningin, over het schaakbord zegepraalde. Daarnaast voerden zij een verbeten strijd tegen zee- en polderwater. Hun werk strekte tot in Hoek van Holland, Merwede en Altena.

Een zonnige verluchting viel mij ten deel met de komst van een Spaans edelman uit Kastilië. Maar hoezeer de roem en pracht hoog reikten, zozeer knaagde ook vervaL aan mijn grondvesten. Vele herinneringen, droeve en blijde, zitten tussen elke steen van mijn muren vastgeklonken.

Bezoeker, als U mij wil kennen, loop dan door mijn oude gangen waar vóór korte tijd nieuw en jong leven door geblazen werd en U zelf mijn geschiedenis begrijpen. Terwille van U en van uw zucht naar vervlogen romantiek, worden thans van mijn oude grondvesteningen uit de harde grond bloot gegraven.

Laat mijn beeld over U nederkomen als een stille wijding van het rustend verleden. De wind die gisteren over mijn verweerde torens woei, zal U vergezellen naar uw eigen moderne haardsteden en mij morgen genadig toefluisteren wat mijn groot verleden aan hoop op waardering en herrijzenis zo lang te kort heeft gehad.”