Frederik van Horne (Bastaard)

Ontleend uit T. Klaversma: “Weert tussen 1062 en 1602. Een kroniek uit burgemeestersrekeningen.”

Ondanks deze drie kinderloze huwelijken had hij een nakomeling, namelijk een bastaardzoon Frederik, aan wie hij bij testament het leen Swartbroek vermaakte 1

Het lijkt waarschijnlijk dat deze Frederik op 18 maart 1537 van graaf Jan, de broer en opvolger van Jacob III, de opdracht kreeg om vanuit Weert een brief naar Jans zwager Maximiliaan van Egmond in Utrecht te brengen. Maximiliaan had hem namelijk verzocht om zijn muilezels. Anna van Egmond, de vrouw van graaf Jan, voegde daar op 26 maart een brief bij, waarin zij aan haar broer Maximiliaan schreef dat Frederik nog twee dagen te Weert was gebleven, omdat de muilezels nog niet klaar waren om te kunnen vertrekken. Tevens vroeg zij haar broer om Frederik vooruit te helpen en als deze weer terug was in Weert, voor hem ook iets gedaan te krijgen bij graaf Jan, die dit Maximiliaan zeker niet zou weigeren 2. Later, na de dood van graaf Jan- 8 december 1540 heeft Anna met jonker Frederik een overeenkomst gesloten, waarbij hij Swartbroek aan haar afstond voor een lijfrente van 200 gulden per jaar.

  1. GAW, ORA inv. nr. 4710, f. 22.[]
  2. Drossaers, Domeinraad, nrs. 410 en 411. De volledige tekst van Anna van Egmond brief in : Koninkrijk van het Historisch Genootschap gevestigd te UItrecht 8 (Utrecht 1852) 53-54[]