Biografisch Profiel: Nicolaus-Joseph de Hornes (1752–1800)
| Categorie | Gegevens | Bron / Referentie |
| Volledige Naam | Nicolaus-Josephus de Hornes | Matr. Uni Leuven / Resolutieboek |
| Titel(s) | Graaf van Hornes-Geldorp | Akte 1786 |
| Geboorte | 01-09-1752, Antwerpen | Doopregister Antwerpen |
| Overlijden | 1800, Brussel | Overlijdensakte |
| Ouders | Charles-Maximilien de Hornes & Anne-Thérèse Berthout van Mechelen | Huwelijkscontract ouders |
| Opleiding | Universiteit Leuven (Inschr. 24-03-1773) | MATR_021159 (VIII, 27, 292) |
| Kerkelijke Graad | Apostolisch Protonotaris (17-02-1779) | Kerkelijk archief |
| Voornaamste Ambten | Secretaris v/d Bisschop van Antwerpen (1776); Kanunnik St-Jacob (Antwerpen) & Doornik (1783) | Aanstellingsbesluiten |
| Beheer & Kapitaal | Rentmeester Fundatie Nicolaas Rockox (1783–1786) | Resolutieboek Beneficien Rockox |
| Borgstelling | 6.000 Gulden Wisselgeld (bij resignatie 1786) | Akte d.d. 06-06-1786 |
Prospografie van de adellijke clericus: Nicolaus-Joseph de Hornes (1752–1800)
1. Genealogische inbedding en sociale status
Nicolaus-Joseph de Hornes werd op 1 september 1752 te Antwerpen geboren binnen de linie Hornes-Geldorp. Als zoon van Charles-Maximilien de Hornes en Anne-Thérèse Berthout van Mechelen vertegenwoordigde hij een synthese van twee invloedrijke Zuid-Nederlandse geslachten. De moederlijke lijn (Berthout van Mechelen) was cruciaal voor zijn latere toegang tot Antwerpse fundaties en prebenden. Zijn positie als Comte de Hornes-Geldorp plaatste hem in de hoogste rangen van de Brabantse adelstand tijdens de laatste decennia van het Ancien Régime.
2. Academische vorming en intellectueel kapitaal
Zijn inschrijving aan de Oude Universiteit Leuven op 24 maart 1773 (MATR_021159) onder de vermelding Nicolaus Josephus de Hornes Antverpiensis markeert een bewuste investering in intellectueel kapitaal. Geregistreerd als maiorennis in de achtste sectie, volgde hij de universitaire weg die kenmerkend was voor de aristocratie die ambieerde in de kerkelijke of bestuurlijke hiërarchie te stijgen. De universiteit fungeerde hierbij niet enkel als opleidingsinstituut, maar als validatiemechanisme voor zijn latere benoemingen.
3. De kerkelijke loopbaan als machtsinstrument
De kerkelijke carrière van De Hornes kan worden geanalyseerd als een zorgvuldig geconstrueerde cursus honorum. Zijn functies waren niet louter pastoraal, maar droegen een sterk bestuurlijk en diplomatiek karakter:
- 1776: Benoeming tot secretaris van de bisschop van Antwerpen.
- 1779: Verheffing tot Apostolisch Protonotaris (17 februari). Deze titel verleende hem een status binnen de pauselijke curie en versterkte zijn positie in internationale kerkelijke kringen.
- 1783: Installatie als kanunnik van het prestigieuze kapittel van de kathedraal van Doornik.
4. Beheer van de Fundatie Rockox: Familiale continuïteit
Een cruciaal aspect van zijn loopbaan betreft het rentmeesterschap over de Fundatie van Nicolaas Rockox (gesticht 1640). De aanstelling van De Hornes op 28 februari 1783 volgde op de libere desisteringe (vrijwillige afstand) van Marie Louise van Mechelen de Berthout. Dit wijst op een gesloten systeem van vermogensbeheer binnen de familiale sfeer.
Op 6 juni 1786 deed Nicolaus-Joseph op zijn beurt afstand van dit rentmeesterschap ten gunste van Joannes-Philippus de Hornes, op dat moment dienend schepen van Antwerpen. Deze overdracht illustreert de strategie waarbij lucratieve rentmeesterschappen binnen de familie werden gehouden (nepotisme in de strikte zin van het woord), waarbij de overgang van de kerkelijke naar de wereldlijke arm van de familie de stabiliteit van het beheer waarborgde. De vereiste borgsom van 6.000 gulden wisselgeld onderstreept de substantiële financiële belangen die hiermee gemoeid waren.
