
Uit “Les seigneuries du Pont ‘d Estaires et de Robertmetz, Enclaves de la châtellenie de Warneton (XIII e-XVIIIe siecles). Fabrice de Meulenare. Membre de la Sociëtë d’Histoire de Comines-Warneton et de la Région
Op 24 mei 1387 droeg Yolande van Vlaanderen, gravin van Bar en vrouwe van Cassel, dochter van Robert, het bezit van Pont d’Estaires over aan Henri d’Antoing, opvolger van de familie Haveskerke als heren van Estaires. Op 27 mei van het volgende jaar aanvaardde hij deze overdracht in ruil voor tweehonderd pond die de gravin van Bar hem eerder had toegewezen uit de bossen van Nieppe1. Zo werd de hereniging van de gehele heerlijkheid Estaires onder één eigenaar voltooid. Henri d’Antoing had slechts twee dochters: Marie en Marguerite, die respectievelijk trouwden met Englebert d’Enghien en Jean de Stavele. Het eerste huwelijk bleef kinderloos, waarna de heerlijkheid Estaires overging op Josse de Stavele, zoon van Jean1. Onder de leden van deze laatste familie2, die Estaires bijna anderhalve eeuw in bezit hield, moet Philippe de Stavele, baron van Chaumont en Haveskerke, heer van Glajon, Estaires, Pont d’Estaires, enz., grootbaljuw van Cassel van 1551 tot aan zijn dood3, grootmeester van de artillerie, lid van de Staatsraad en ridder van het Gulden Vlies4), in het bijzonder worden genoemd. Hij stierf, waarschijnlijk in Estaires, op 26 december 15675, waar weelderige begrafenisrituelen ter nagedachtenis aan hem werden gevierd6. Jean de Stavele had bij zijn vrouw Anne de Pallant slechts één zoon: Florent of Floris, grootbaljuw van Cassel7 vanaf 1556, die in 1603 overleed en in Lens8 werd begraven. Hij was getrouwd met Madeleine d’Egmont, met wie hij geen nakomelingen had. Ondertussen kocht zijn moeder rond 1566 de heerlijkheid Pont d’Estaires van Guillaume de Nassau, heer van Warneton (Waasten), die toen in de schulden zat.9 De verkoper kreeg een korting op de heerlijkheidsrechten voor de overdracht vanwege zijn financiële situatie (21 juni 1566)10. Anne de Pallant rapporteerde over het bovengenoemde land op 2 mei 159511 en erfde het vervolgens, na de dood van haar zoon, op 12 juli 1606 via haar achterneef Philippe-Lamoral de Hornes, graaf van Houtkerke, zoon van Lamoral, burggraaf van Furnes, en Julienne de Mérode (dochter van Jean en Marguerite de Pallant).12 Omdat hij minderjarig was, bracht zij op 22 augustus van hetzelfde jaar namens hem hulde.10 Wat betreft de heerlijkheid Estaires, die ging over op Nicolas de Montmorency, zoon van François en Hélène Villain, kleinzoon van Adrien en Marguerite de Stavele13, ten behoeve van wie het op 8 augustus 1611 tot een graafschap werd verheven. Zijn neef François14 volgde hem op; nadat hij in het kloosterleven was getreden, Hij stond zijn landerijen af aan Jean, zijn jongere broer. Rond 1629 verkocht Julienne de Mérode, burggravin van Furnes, de heerlijkheid Pont d’Estaires aan de weduwe van deze, Madeleine de Lens15, hield in 1637 een volkstelling. De familie Montmorency bleef vervolgens tot het einde van het Ancien Régime aan het hoofd van de genoemde gebieden staan.16
Hier is de Nederlandse vertaling van dit gedeelte, waarin de verschillende achterlenen en de visserijrechten van de heerlijkheid van de Pont d’Estaires (Stegersbrug) verder worden uitgewerkt.
C.R.G.F.A. FAG 2000/2 (Vervolg)
- (Vervolg Jean Fleurquin): …grenzend in het noorden aan de Grote Straat. Dit goed was onderworpen aan het vol leenrecht en bezat de volledige rechtspraak. Hiervan hing een achterleen af van 10 ½ gemeten en 32 roeden, behorend aan Vincent Wyts, heer van la Boucharderice (zie volgend leen).
- Vincent Wyts, na het overlijden van Louise de Cortewylle, vrouwe van la Clite, zijn grootmoeder: 16 gemeten in Estaires en Steenwerck, onder vol leenrecht.
- François de Ram, zoon van Dierick, na Thomas de Cherf (thans in handen van de Koning door recht van annotation¹ vanwege de zijde van de rebellen die de genoemde de Ram heeft gekozen): de heerlijkheid Haghedoome in Steenwerck, gelegen in het “Kemmeland”. Deze werd gehouden in vol leenrecht en bezat renten in graan, haver, kapoenen en geld, zes achterlenen en de volledige rechtspraak.
- Dezelfde François de Ram: de heerlijkheid Rencellanden in Steenwerck, waarvan het stamland (foncier) 17 dagwand en 224 roeden groot was. Zij had recht op 6 sols 3 deniers parisis aan renten op 25 gemeten land; in het oosten grenzend aan de lenen die toebehoorden aan Pierre en Andrieu de Cherf genaamd van Haesebroucq, tot aan de weg naar Bailleul (Belle), en in het westen aan de heerlijkheid Douxlieu. Het land bezat de volledige rechtspraak en was onderworpen aan vol leenrecht.
- Aan de Prins van Robecque, heer van de Pont d’Estaires: een rente van 20 rasières graan (maat van genoemde plaats), genaamd de “Bemovert(?)” rente. Deze was verschuldigd op Sint-Jan de Doper op 15 bunder land in drie percelen, grenzend aan de Grote Straat richting Bailleul vanaf het voetpad dat vanouds in die straat lag tot aan de windmolen genaamd Wulghemuelen in de Hoogstraat.
- Philippe de Hornes, graaf van Houtkerke en Herlies: een betwist leen (fief litigieux) tegen de Prins van Robecque en de erfgenamen van de overleden graven van Isenghien en Middelburg, bestaande uit de heerlijkheid la Clitte in Estaires. Deze laatste, onder vol leenrecht en met volledige rechtspraak, grenst in het noorden aan een gracht genaamd de Bafdicq. Er waren renten verschuldigd in haver, kippen en geld.
- Dezelfde Philippe de Hornes: een ander betwist leen, namelijk de heerlijkheid Tourland in Estaires. In het zuiden grenzend aan de heerlijkheid Zuuthamel en in het oosten aan de weg naar Meteren (chemin de la Meterne). Gehouden in vol leenrecht, met volledige rechtspraak en een rente van 12 pond 8 sols parisis op ruim 34 gemeten land.
- Dezelfde Philippe de Hornes: een derde betwist leen, zijnde de visserij in de Leie (Lys) vanaf de weiden van het kasteel van Estaires tot aan de brug van die naam. De koning of zijn vertegenwoordigers mochten daar eenmaal per jaar vissen. Tevens behoorde bij dit leen (onder vol leenrecht) een jaarlijkse visserij op de dag van Sint-Venantius volgens het “grote sleepnetrecht”² van de Koning, en een ander vrij visrecht vanaf de brug van Estaires tot aan de brug van Armentières (Armentiers), waar men drie dagen per jaar mocht vissen (namelijk op Sint-Remigius), behoudens de rechten van de graaf van Egmont.
- Louise Deschamps, weduwe van Jean Galbart: de heerlijkheid la Boudrelle. 9 gemeten en 1 kwartier bestaande uit grachten, omheiningen, weiden, landbouwgronden en wegen in Steenwerck; in het oosten grenzend aan de beek die van de Boudrellebrug naar de Leie loopt, in het westen aan de weg naar Bailleul en in het noorden aan de Boudrellestraat. Leen onder vol leenrecht met volledige rechtspraak.
- Dezelfde Louise Deschamps: de heerlijkheid Madringhem in Estaires, waarvan vier achterlenen afhingen. Grenzend in het noorden aan de weg van de Rue Croisée naar de Pont du Bacquelrot over de Meteren-stroom. Eveneens in vol leenrecht en met volledige rechtspraak.
- Dezelfde Louise Deschamps: de heerlijkheid Bertigneul in Steenwerck. Eén bunder bestaande uit een burchtheuvel (motte), grachten, omheiningen, tuinen, weiden en landbouwgronden; in het zuiden grenzend aan de Leie, in het noorden aan de weg van de Pont d’Estaires naar Bailleul, en stroomopwaarts aan de beek.
- Heerlijkheid de Bretaigne (reeds elders beschreven)
- Wastine (reeds elders beschreven)
Verklarende voetnoten uit de tekst:
¹ Annotation: De inbeslagname van goederen van een afwezige beschuldigde.
² Trayant (Sleepnet): Afgeleid van “trekken”; de visserij gebeurde waarschijnlijk collectief door een groot net voort te slepen (Vlaams: triand).
- J. FINOT, op. cit., p. VII volgens ADN, B 1045.[↩][↩]
- Récemment étudiée dans toute son ampleur par J. VAN ACKER, De familie van Stavele (1298-1603) in de kasselrijen van Veurne en Kortrijk. Bijdrage tot de studie van de Vlaamse adel na 1300, Handelingen van de Koninklijke Geschied-en Oud-heidkundige Kring van Kortrijk, nieuwe reeks, L. 54, 1988, pp. 5-242.[↩]
- DNA, B 5932-5936.[↩]
- Zie de mededeling van H. PIRENNE in Biographie nationale de Belgique, 1. 23, 1921-1924, kol. 707-710, waarin Estaires ten onrechte in Artois wordt geplaatst (een deel ervan was dat echter wel) en Philippe de Stavele tien jaar jonger wordt voorgesteld; in werkelijkheid stierf hij, volgens zijn grafschrift, op 53 jaar, 5 maanden en 17 dagen (E. ARNOUL, op. cit., blz. 41, met vermelding van Grammaye[↩]
- ID., kol. 710.[↩]
- Zie BM Lille, ms 627 (voorheen 477), volledig geciteerd door E. ARNOULD, op. cit., pp. 38-40.[↩]
- DNA, B 5941-5957.[↩]
- Epigrafie van Pas-de-Calais, vol. 2, z.d., p. 99.[↩]
- ADN, C 3532; laten we hier in herinnering brengen dat de Stavele heren van Pont d’Estaires waren, maar slechts als leengoederen van dat van Warneton, die eigenaar was van het betreffende stuk grond.[↩]
- DNA, C 4732.[↩][↩]
- DNA, C 3532.[↩]
- J. FINOT, op. cit., p.VII en A. VANHOVE, op. cit., blz. 149 inch Ze beschouwen hem ten onrechte als de zoon van François en Marguerite de Stavele, waardoor generaties door elkaar gehaald worden.[↩]
- Bulletin van de Historische Commissie van het Departement du Nord, t. 20, 1897, p. 107.[↩]
- Zoon van Louis, heer van Bersée en Wastines (voormalig gehucht van de gemeente Beuvry, Pas-de-Calais, niet te verwarren met de twee heerlijkheden Wastine in Estaires, waarvan er één hieronder wordt bestudeerd) en van Jeanne de Saint-Omer Morbecque.[↩]
- E. ARNOULD, op. cit., verwijzend naar een verloren document. Een correspondentie uit 1637 over dit onderwerp tussen de magistraat van Estaires en Julienne de Mérode wordt ook vermeld in ADN, B 3946.[↩]
- Pour la suite des signeurs d’Estaires, voir A. VANHOVE, op. cit., pp 227-228.[↩]
