Kasteel Overijse

Detail uit “landschap met Regenboog, door Lucas van Uden (1595-1672): in het midden de kerk van Hoeilaart en links ervan (dit detail) de twee bolspitse torens van het kasteel van Isque/Overijse?

Beschrijving

Het kasteeldomein van Isque is een deels ommuurd kasteeldomein in het centrum van Overijse, met dienstgebouw en restanten van een jachtpaviljoen in een park met vijver. Het kasteel met aanhorigheden in traditionele bak- en zandsteenstijl werd gebouwd in de eerste helft van de 16de eeuw door de heren van Wittem ter vervanging van de oude burcht van Overijse. Het domein werd meermaals aangepast in de 17de, 18de eeuw en 19de eeuw en is sinds 1948 in gebruik als school voor het gemeenschapsonderwijs. Het kasteeldomein van Isque is in de Vlaamse Rand één van de belangrijkste kasteeldomeinen uit het ancien régime, dat gedurende bijna twee eeuwen in het bezit bleef van de graven, later de prinsen van Hoorn.

Ferrariskaart van Overijse waar duidelijk het kasteel is te zien met het bijbehorend kasteel domein en het oud kasteel in de hofvijver.

Historiek

In de literatuur wordt de bouw van het kasteel van Isque over het algemeen in het begin van de 16de eeuw gesitueerd. Het kasteel werd vermoedelijk tussen 1500-1550 gebouwd ter vervanging van de oude burcht van Overijse, nadat deze in 1489 samen met de dorpskern van Overijse vernield werd door de troepen van Maximiliaan van Oostenrijk. De bouw van het nieuwe kasteel wordt toegeschreven aan de heren van Wittem. Deze hadden de heerlijkheid in 1494 gekocht van de laatste erfgenamen van de ‘beiren’ van IJse, die de heerlijkheid of ‘beirie’ sinds de 12de eeuw in leen hielden van de hertogen van Brabant. De heren van Wittem lieten hun kasteel optrekken aan de voet van de helling van de dorpskern van Overijse. Het kasteel werd ten noordwesten van de loop van de IJse tegen de ‘Kardaan’, de oude vestingwal, aangebouwd. De werken werden ten vroegste in het begin van de 16de eeuw gestart, waarbij Hendrik III van Wittem (1440-1515) en diens zoon Filips van Wittem (1471-1523) mogelijk als bouwheren optraden. Hoewel de geschreven bronnen over de eerste bouwfase schaars zijn, wijzen een aantal historische feiten in die richting. In een brief van Filips de Schone aan de Rekenkamer uit 1503 wordt vermeld dat het bouwmateriaal van de afbraak van de burcht van Hoeilaart gerecupereerd diende te worden voor de bouwwerken die in Overijse aan de gang waren. Vermoedelijk gaat het hier om de bouw van het nieuwe kasteel van Isque. In 1550 werd opgetekend dat de Sint-Joriskapel van het kasteel ingewijd werd door de bisschop van Kamerijk, wat er eveneens op wijst dat het kasteel tegen dan vermoedelijk voltooid was of dat de werken in ieder geval ver gevorderd waren. Verschillende bouwsporen ter hoogte van de rechtervleugel van het huidige kasteel en de polygonale traptoren wijzen bovendien op de 16de-eeuwse ontstaanscontext van de site.

In 1578 kwam het kasteel van Isque door erfopvolging in handen van de familie van Hoorn. Deze familie hield het goed meerdere generaties in haar bezit. In 1677 werd de heerlijkheid van IJse door de Spaanse koning Karel II verheven tot prinsdom. De prinsen van Hoorn lieten belangrijke uitbreidings- en verfraaiingswerken uitvoeren aan hun bezittingen in Overijse. Op de figuratieve kaart van 1719 wordt het kasteel met dienstgebouwen omgeven door een uitgestrekt kasteeldomein met parkbos, een drevenstructuur, geometrische kasteelvijvers, waterbekkens, nuts- en siertuinen. In het noorden van het domein werden op het hellende terrein een sterrenbos, een boomgaard en nutstuinen aangelegd, terwijl de zuidelijke delen van de IJse-vallei gereserveerd waren voor de creatie van vijvers en parterretuinen in een formele Franse tuinaanleg. In de noordelijke hoek van de grote vijver bevond zich een jachtpaviljoen dat aansloot op de omheiningsmuren. Het kasteel zelf bestond op dat ogenblik uit een L-vormige kasteelvleugel met twee traptorens, vooraf gegaan door een binnenkoer. Tegen het lange, geknikte hoofdvolume van het kasteel bevond zich op dat ogenblik ter hoogte van de Waversesteenweg een inmiddels verdwenen haakse vleugel. De binnenkoer werd aan zuidoostelijke zijde afgesloten door hekwerk met hekpijlers. Aan oostelijke zijde van de kasteelvleugel bevonden zich aansluitend de dienstgebouwen in U-vorm. Aan de rechterzijde van de hoofdvleugel sloot een parallel dienstgebouw aan. Het betrof een tweelaags volume tussen trapgevels voorzien van dakkapellen met in het verlengde een lager volume voorzien van arcaden. Aan de rechterzijde van dit volume sloten in L-vorm de overige aanhorigheden aan. De binnenplaats van het neerhof werd eveneens afgesloten door een hek. Van het kasteel en de aanhorigheden blijven op heden enkel de geknikte kasteelvleugel met polygonale traptoren en het parallel lopende, doch ingekorte dienstgebouw over.

Na het overlijden van Maximiliaan-Emmanuel van Hoorn (1695-1763) kwamen de bezittingen in Overijse in 1768 in handen van de familie Salm-Kyrburg. Het kasteeldomein bevond zich op dat ogenblik in haar meest volkomen staat, waarbij het uitgestrekte kasteelpark met de Franse tuinen algemeen geroemd werd. De aanwezigheid van zeer oude Libanonceders (Cedrus libanii) op het domein werd onder meer opgemerkt door Eugène d’Olmen, baron de Poederlé die hierover in zijn Manuel de l’arboriste et du forestier Belgiques  (1772) berichtte: “Les plus grands que je connoisse, dans ce pays, sont dans les jardins du Prince de Salm-Kirbourg, à Overissche, sur la route de Bruxelles à Wavre.”. De boedelbeschrijving die voor de eigendomsoverdracht opgemaakt werd beschrijft het kasteel met aanhorigheden, waaronder het koetshuis, de paardenstallen, de bakkerij, de wasplaats, de keuken, de woning van de intendant en het tuinpaviljoen. De beschrijving wijst eveneens op het bestaan van een duiventil en hopzolder. Mogelijk gaat het om het torenvolume dat op de figuratieve kaart van 1719 in de noordoostelijke oksel van het neerhof afgebeeld wordt. De bezittingen van de familie Salm-Kyrburg, waaronder het kasteel van Isque, werden door de Franse revolutionairen aangeslagen. Onder het Eerste Franse Keizerrijk werd het kasteel in Overijse vervolgens als officiële verblijfplaats aan het Brussels senatorschap toegewezen. Nadat de prinsen van Salm-Kyrberg in 1814 opnieuw in het bezit kwamen van hun goederen, dienden ze het kasteel van Isque niet veel later te verkopen wegens hoge schuldenlasten. Het kasteeldomein werd onder het Hollands Bewind in 1817 openbaar verkocht. De verkoop besloeg het kasteel met aanhorigheden, omgeven door de nuts- en siertuinen, een vijver en twee reservoirs, het geheel langs drie zijden omsloten door een omheiningsmuur en langs één zijde door de rivier de IJse.