De oudste dochter van Prins Philips Emanuel de Hornes, Maria-Jozefa de Hornes, de toekomstige markiezin van Saint-Flory, kreeg toegewezen, samen 2,100 gulden waard, twee renten; de cijnshoeven van Wulverghem en Alenshoff (255): daarbij kwamen nog de lenen Steenkerke. Avecapelle en het leenhof van Alenshoff; en de jongste dochter, die na 1720 de titel van gravin van Houtkerke droeg, kreeg vijf renten. samen 1.700 gulden waard, evenals de cijnshoeve van Te Walle bij Harelbeke. Al deze goederen stonden onder erfgoedbetrouwing.
De SPIJKERstraat vertrekt van de Kortrijkseweg, vlakbij de grens met de gemeente Harelbeke, en loopt in zuidoostelijke richting naar de grens met de gemeente Deerlijk. De straat is genoemd naar de grafelijke Spijker van Harelbeke. De Harelbeekse Spijker beschikte tot de Franse revolutie over rentegronden ten zuiden van de Wagenaarstraat. De straatnaam verwijst mogelijk ook naar het Spijkerbos, dat er tot de 17de of 18de eeuw aanwezig was.
Het goed “Te Walle” bij de grens met Deerlijk ontstaat vermoedelijk in de 10de of 11de eeuw als ontginning aan de rand van het Medelewoud. In 1570 bevindt zich op het stuk grond “het Poortstuck” (net ten zuiden van de huidige spoorweg) een mote met hoeve, eigendom van Ampleunis Craije en bewoond door Gillis Lambrecht. In 1572 wordt het goed “Te Walle” omschreven als “behuusde hofstede met wallen, woonhuus, schuere, poest ende ovenbuur…”. Ter hoogte van het huidige zijtracé van de Spijkerlaan bevindt zich reeds in 1572 een kleine hoeve (vermelding als “huus”); in 1607 wordt deze hoeve voor het eerst vermeld als “De Middelaere” (afgebroken in 1975). Het goed “Te Walle” wordt vermoedelijk het slachtoffer van het woelige einde van de 16de eeuw (in de 18de eeuw een verlaten mote). Op de kaart van de heerlijkheid Ter Varent, in 1624 getekend door landmeter Adriaen van den Berghe, is de mote op “het Poortstuck” verlaten. Tot in de 17de en 18de eeuw zijn er in de omgeving ganse bospercelen aanwezig, onder meer het “Spijckerbos” en “Langhenbos”. Tot in de tweede helft van de 18de eeuw bevindt zich ten zuiden van de huidige Wagenaarstraat “den Egaele Bosch”. Aan de zuidwestzijde gaat het Egaelebos over in “den Spijckerbosch”. De gronden ten zuiden van de huidige Wagenaarstraat moeten tot de Franse revolutie rente afdragen aan de grafelijke Spijker van Harelbeke (de rentegronden van de Spijker zijn ingedeeld in roepen). De spoorweg van Kortrijk naar Gent wordt in 1838-1839 aangelegd (registratie in het kadaster in 1839). In 1892 begint wever Jozef Courtens met de herberg “In den Belgiek”; de straat ligt er dan nog niet en de herberg hoort bij de Nieuwenhovestraat (huidige Wagenaarstraat).
