
1.6. HET GESLACHT VAN HORNE EN FRANS-VLAANDEREN
door W. Van Hille
uit het Frans vertaald door G. Vande Putte
1.6.1. INLEIDING
Algemeen wordt aanvaard dat een groot gedeelte van de Franse adel met de Franse Revolutie werd geruïneerd. Vele edellieden weken inder-daad uit en hun goederen werden dan ook verbeurdverklaard. Lodewijk XVIII heeft ten tijde van de Restauratie de kopers van zwart goed zelfs in hun rechten erkend.
Nochtans is deze toestand slechts voor de meerderheid van de Franse adel kenschetsend en is niet zozeer van toepassing op de Zuidelijke Nederlanden, waar er buiten enkele heel belangrijke families, zoals Croy en Arenberg, in feite weinig émigrés te vinden waren. Ten onrechte vermits zij reeds voor de Revolutie in het buitenland vertoefden werden voornoemde families dan als uitwijkelingen beschouwd, zodat een gedeelte van hun bezittingen werd verkocht. De kleine adel wierp zich bijgevolg gretig op de bezittingen van deze illustere families evenals op de kerkgoederen die, zowel in Frankrijk als in België, aangeslagen werden.
Het zou nochtans verkeerd zijn te beweren dat de Revolutie de enige oorzaak is geweest van het faillissement van vele edellieden, daar zij, sinds lang reeds, boven hun middelen leefden, zodat zij zich ge-noodzaakt zagen stukje bij beetje hun bezittingen aan rijkgeworden burgers te verkopen. Dit is zeker het geval geweest met de familie van Horne die, na in het bezit te zijn geweest van uitgestrekte goederen in Frans-Vlaanderen, alleen het graafschap Houtkerke overhield bij het uitbreken van de Revolutie. Hier volgen nu enkele beschouwingen over hun grootheid en verval in deze contreien.
1.6.2. GRANDEUR ET DECADENCE
Waaraan hadden de Hornes hun groot vermogen in Frans-Vlaanderen te danken? Hoofdzakelijk aan de familie van Hondschoote, zoals in vorig hoofdstukje in dit Hornejaarboek wordt aangetoond. HOND-SCHOTE was een leen gehouden van het prinselijk leenhof van het Peron van St.-Winoksbergen, met alle justities en belangrijke inkomsten. De heer bezat het recht een baljuw, schepenen e.a. te benoemen. In 1749 verkocht de in schulden geraakte graaf van Horne de heerlijk-
187
heid en de stad Hondschote aan J.J. Coppens, die officieel 90.000 gulden betaalde, maar die er in het zwart 60.000 gulden Amsterdams wisselgeld moest aan toevoegen, opdat de som niet zou in beslagge-nomen worden door de schuldeisers van de prins-verkoper … De koper zag zich bovendien verplicht de hypotheken te betalen die het leen belastten 1.
Het ZEGELRECHT OP DE LAKENS was een ander leen gehouden van het Peron van St.-Winoksbergen. Mits betaling van een recht dat ingesteld werd op 7/3/1377 ten gunste van de heer, werden de lakens bezegeld, als waarborg van kwaliteit. De heer van Hondschote verpachtte dit recht aan de stad 2. (opm. later zouden vele Honschotenaren zich in Leiden vestigen en hun laken activiteiten daarnaartoe verplaatsen)
Een derde bezit van de Hornes was het BURGGRAAFSCHAP VAN HET LEENHOF VAN ST.-WINOKSBERGEN (niet te verwarren met het burggraafschap van de kasselrij St. Winoksbergen), waarvan een eerste juiste historische omschrijving bij W. Van Hille3. Het kwam in het bezit van Jan van Horne, drossaard van Brabant, in 1436, tot wanneer zijn afstammeling, Maarten van Horne, dit ambt verkocht in 1543 aan zijn hofmeester, Remi de Haleut, directeur van de koninklijke kanongieterij .
Maria-Kapel was gehouden van het hof van Coppernolle, op zijn beurt gehouden van het prinselijk leenhof Burg te Veurne, alhoewel de heer-likheid Angest in de kasselrij Kassel gelegen was. Haar opbrengst werd op 300 gulden geschat en bedroeg een oppervlakte van 601 gemeten. De heer mocht er alleen de lage justitie uitspreken, baljuw en schepenen be-noemen. Angest werd door de Hornes in de XVIIIe eeuw aan de familie van Isenghien verkocht (6).
De heerlijkheid TERDEGEM omvatte bijna geheel de parochie met alle rechtsmachten en gehouden van het prinselijk leenhof van Kas-nel. Terdegem behoorde eerst toe aan de familie van Bailleul, nadien aan de Quienville’s om vervolgens in het bezit te komen van de Hornes die deze heerlijkheid in de XVIe eeuw aan de familie de Beauffort ver-kochten (7).
Tenslotte is het graafschap HOUTKERKE leenroerig gehouden van het leenhof van het Kapittel van St.-Pieters te Kassel het enige bezit in Frans-Vlaanderen dat in de handen bleef van de Hornes tot het einde van het Ancien Régime, alhoewel het weinig scheelde of dit graafschap zou ook eens moeten verkocht worden. Inderdaad, op 20/3/1783 (akte gepasseerd voor de schepenen van Houtkerke) werd het graafschap ge-hypothekeerd voor 140.000 pond tegen 5% rentevoet en dit ten gunste van Benoît-Winnoc Blavoet, een belangrijk landbouwer uit Houtkerke (8).
Het graafschap Houtkerke bestond uit alle justities, een baljuw, griffier, zeven schepenen, een leenhof en alle gewone leenrechten (9). Dit goed kwam eveneens in het bezit van de Hornes door overerving uit het huis van Hondschote. Doch in feit dient gezegd dat de titel van <graaf van het «graafschap» Houtkerke alleen op traditie berust en niet juridisch kan verantwoord worden. Daar was Maarten van Horne heer van Houtkerke zich wel maar al te bewust van toen hij in 1545 Keizer Karel schreef dat «laquelle terre de tout tems a esté estimée et réclamée pour comté». De keizer maakte aantekeningen bij dit verzoekschrift om officiële erkenning van de titel en stuurde het door voor verder onder-zoek aan de wapenkoning van het Gulden Vlies. Doch de zaak bleef
(6) VAN HOVE, Statistique féodale, pp. 49-50.
(7) ID., p. 314.
( 8) W. VAN HILLE, Notes généalogiques sur la famille ayant eu la civilité du comté
d’Houtkerke, p. 132.
(9) W. VAN HILLE, La Cour féodale (…), o.c., p. 205; zie ook noot 8 zelfde p. Vgl. eveneens Hs. nr. 2132 berustend in de Bibliotheek van de R.U. Gent.
189
hangende. Er kwam nooit een beslissing en de traditie ging verder (10). Waarschijnlijk heeft L’Espinoy het bij het verkeerde eind wanneer hij zegt in zijn Recherches et Antiquités de Flandre dat Houtkerke tot graafschap werd verheven door Karel V… (11).
Volledigheidshalve dient hier ook gezegd dat de Hornes eveneens goederen bezaten in de Kasselrij Veurne, die ze zich ook geleidelijkaan van de hand wisten te doen. Zo bijvoorbeeld de heerlijkheid STEEN-HOF te Stavele, gehouden van Roesbrugge en die een ruiter te paard schuldig was wanneer de heer van Roesbrugge ten strijde trok met de graaf van Vlaanderen. Zij telde zes volglenen. Door akte van 29/7/1693 voor de schepenen van Stavele verkocht de graaf van Horne de heerlijk-heid Steenhof voor 900 gulden aan Arnold Lelieur, landbouwer te Stavele (12).
Daarbij waren de Hornes nog in het bezit van de heerlijkheden STAVELE, KROMBEKE alsook van het BURGGRAAFSCHAP VEURNE, verkregen door overerving uit het oude geslacht van Stavele, waarvan de laatste afstammelinge met Franciscus van der Gracht in de echt trad. Laatstgenoemde was grootbaljuw van Gent, ridder van het Gulden Vlies. Hun dochter, Anna, huwde met Antoine de Croy, en hun dochter met Maarten van Horne, graaf van Hout-kerke, in 1539.
Het burggraafschap Veurne een leen gehouden van het prinselijk leenhof Burg te Veurne – verkochten de Hornes aan François-Léopold de Nieulant, op 14/9/1714. De heerlijkheid Krombeke, in feite twee heerlijkheden gehouden van de voornoemde Burg te Veurne, werd ver-kocht na inbeslagname, op 31/12/1714 (13). En wat de heerlijkheid Stavele betreft, zij werd verkocht op 15/8/1701 door akte voor notaris van der Fosse, te Roesbrugge, nl. aan Charles Le Gay, rijkgeworden koopman te Rijsel.
1.6.3. BESLUIT
Deze verregaande verarming van de grote adellijke families is een vrij algemeen verschijnsel onder het Ancien Regime te noemen, wat vol-
(10) VAN STEENBERGHE, Histoire de la Ville et Seigneurie d’Hondschoote, p. 102-103.
(11) De matrijs van een prachtig zegel van het graafschap Houtkerke, uit het einde van de XVIIIe eeuw, is thans in het bezit van de secrétaire de mairie van Houtkerque. Een ouder zegel met dezelfde wapens is afgedrukt in de GHELLINCK, Sceaux et Armot-ries de la Flandre, p. 203, naar een origieel in A.R.B., Zegelverz., nr. 27455.
(12) W. VAN HILLE, Familles de West-Flandre, 11, p. 281; ID., De Volglenen van de Heerlijkheid Roesbrugge. In Jubileumuitgave van Bachten de Kupe», 1974, p. 257.
(13) GILLIODTS-VAN SEVEREN, Coutumes du Bourg de Furnes, t. IV, pp. 290 vlg
190
gende voorbeelden mogen bewijzen:
1) Door akte voor het leenhof van de Wettachtige Kamer van Vlaande-ren ziet zelfs de hertog van Orléans die later Philippe Egalité zou zich genoodzaakt, op 24/10/1792, de baronie genoemd worden Komen te verkopen aan Jeanne-Françoise Amelot, weduwe van Jean-Emmanuel de Loose, voor 790.000 pond (14).
2) Uit verscheidene artikels die ik heb gepubliceerd in Bachten de Kupe over het graafschap en de graven van Watou, is zo af te lezen dat deze grands seigneurs met enorme geldmoeilijkheden te kampen hadden en dus veelvuldig hun goederen hypothekeerden, even vaak gedagvaard werden hun schulden te betalen, door bv, herbergiers waar ze hadden gelogeerd, en dat bovendien meestal hun echtge-noten van hun erfenis afzagen…
3) Even sprekend is in dat verband de geschiedenis van het burggraaf-schap Broekburg (Bourbourg) (15), in het bezit van de Croys en aan-geslagen wegens schulden. De opvolger van de Croys, via de Egmonts, nl. prins Pignatelli, weet het wel aan boord te leggen, in 1717, van de koning uitstel van betaling te verkrijgen, zodat de hele zaak nog wat kan aanslepen tot 1731. Dan ziet hij zich toch genood-zaakt zijn burggraafschap aan markies de Bethisy te verkopen. Deze familie is evenwel geen beter lot beschoren; zij ook gaat failliet en moet in 1768 het bezit hypothekeren aan ene dame Baeteman, weduwe Carpentier. Ook dit schijnt nog de gewenste oplossing niet te brengen, daar de markies het burggraafschap van de stad verkocht aan de stad Broekburg zelf en het burggraafschap van het leenhof van Broekburg aan Augustin le Sage, nogmaals een rijkgeworden burger uit Rijsel, en dit voor de som van 104.000 pond (4/1/1787). Intussen had de markies ook al enkele heerlijkheden aan dezelfde le Sage weten te verkopen, evenals aan de familie de Harchies, zich hierbij steeds beroepend op «troebelen, waarborgen, hypotheken en rechts-verliezen.
Het is overduidelijk dat achter deze grote namen en ronkende titels, waaraan pronkzuchtige functies verbonden waren, vaak een leventje schuilging van overdadige luxe-uitgaven, ingewikkelde en tijd-rovende dus kostelijke processen en allerlei duister gekonkelfoes voor den brode! Deze «happy few>> van de sociale bovenlaag (?) leefden
(14) Rijksarchief Gent, Wettachtige Kamer, Reg. nr. 290, p. 60 vlg.
(15) W. VAN HILLE, La Cour féodale de Bourbourg dite Gyselbuis, t. 1, pp. 23 vlg.
191
natuurlijk verre boven hun middelen, slaagden er soms nog juist in het hoofd boven water te houden, dankzij de opbrengst van hun openbare ambten, koninklijke gunsten en royalties alleraard.
Uit mijn opzoekingen betreffende het leenroerig stelsel moet ik tot het besluit komen dat mooie en belangrijke heerlijkheden bij het uit-sterven van het Ancien Regime stilaan in het bezit geraakten van burgers die er niets beter op vonden dan zich zo vlug mogelijk in de Adelstand te laten opnemen, terwijl anderen het zelfs niet eens de moeite meer waard achtten… Vaak ook ziet men de intendanten ofte rentmees-ters, notarissen, baljuws of meiers, griffiers, d.w.z. oude vertrouwens-lieden van deze vervallen edelen, hun goederen kopen. Interessant zou het zijn eens na te gaan hoe de Hornes hun bezittingen beheerden buiten Vlaanderen, waar alleszins hun financiële toestand alles behalve schit-terend was.
Kasteel en kerk: de twee bolwerken van het Ancien Régime in het Prinsdom Overijse.
Schilderij van Louis RIGAUX (1946).
192
CC. 34. (Liasse.) – 36 pièces, papier. 3 pièces parchemin, 1 sceau. CC.75.
- Copie de l’acte de vente et cession de la ville et juridiction d’Hondschoote à Jean de Hornes et
descendants moyennant la somme de 8,000 livres parisis payées comptant par Philippe le Bon, duc de Bourgogne. (FR./Fl.
